Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doods. De H. Geest door het geloof hen vereenigd hebbende met den voor hunne zonden gestorven, ter hunner regtvaardiging opgewekten Zaligmaker, heeft hen doordrongen van een nieuw, een ander leven, een leven uit God, een leven der herstelde gemeenschap met God, een leven welks wet heiligheid is, gelijk de zonde de wet is van het leven naar den vleesche. Dit leven openbaart zich naar buiten in geheel hun bestaan en gedrag, in hun spreken en zwijgen, genieten en handelen, zoodat zij niet meer naar het vleesch, naar de ingevingen der verdorvene natuur, maar naar den Geest, naar den wil des Geestes, zooals die door het Woord Gods hun is bekend gemaakt, wandelen. Zij hebben een vermaak in de wet en in den dienst van God naar den inwendigen mensch. De Bijbel is hun dierbaarst boek, het geloof in Christus de hoofdzaak van hun leven, al wat geestelijk en hemelsch is, is het voorwerp hunner gedachten, de zaligste bezigheid voor hunnen geest. Veranderd door de vernieuwing huns gemoeds, zijn zij der wereld niet meer gelijkvormig, maar beproeven welke de goede, welbehagelijke en volmaakte wil van God zij. Zij zijn geleerd God boven alles lief te hebben, christus meer dan al wat in de wereld is te waarderen en allen te beminnen, die met hen door den Geest des levens in christus jezus uit God geboren zijn. Aller zonden vijand zijn zij geworden en hun lust en hunnen toeleg is het, om niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden Gods te wandelen. Zij hebben eene nieuwe natuur, een geheel anderen zin en keuze en uit kracht van het nieuw beginsel laten zij zich leiden tot al wat goed, rein, liefelijk, welluidend, Godverheerlijkend kan geheeten worden. Dit valt hun op verre na niet gemakkelijk en schoon zij op de leerschool zijn gekomen, waarop men volmaakt kan worden, zoo zijn zij nogtans van het bereiken dier volmaaktheid verre af. Zij weten en onder-

Sluiten