Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo welgezind het 't eeue oogenblik kan zijn, zoo laauw, zoo doodig, zoo ongevoelig, zoo kwalijk gezind is het in 't andere. Yan de geringste omstandigheden hangt dit af, van onverwacht opkomende verzoekingen en verschrikkingen. Op eene doodelijke stilte volgt spms de hevigste storm. En wij zijn niet nader bij den val, dan wanneer wij meenen, dat wij niets te vreezen hebben. Daarom moet de ware Christen geduriglijk vreezen. Nooit moet het zijne taal zijn: ik heb mijnen berg vastgezet, ik zal in eeuwigheid niet wankelen. Integendeel, het moet zijne taal zijn iederen morgen bij het ontwaken, ieder oogenblik, dat hij beleven mag: waar ben ik? in den hemel? neen! op aarde, in het perk mijner beproevingen, omringd van gevaren aan alle kant.

Zoo doet hij ook, als hij den wenk, hier gegeven, waarlijk behartigt. Hij geeft steeds acht op zijn hart, zijne overleggingen, zijn doen, zijn laten. Hij onderzoekt zich zeiven, beproeft zich zei ven, vermaant en bestraft zich zeiven. Hij behoedt zijn hart boven al wat te bewaren is. Hij let naauwkeurig op alle aanleidingen ten kwade buiten en binnen in zich zeiven. De teedere naauwgezetheid, de heilige vreeze doet hem naauwkeurig acht geven op het onderscheid tusschen goed en kwaad, tusschen waarheid en dwaling, tusschen Christenzin en wereldzin. Hij merkt op, welke dingen den meesten invloed hebben om dien Christenzin te verdooven, den ernst te verminderen en hem te verleiden tot zonde. Daarom vermijdt hij de CAjAPHASzalen, opdat hij niet in de verzoeking valle en hij is liever een dorpelwachter in het huis Gods, dan te wonen in de tenten der goddeloosheid. Hij geeft acht ook op de zoogenaamde kleinigheden, wetende dat de heilige majesteit Gods niet alleen de grove, in het oogloopende zonden, maar ook de minste verkeerdheden verfoeit, dat dusgenaamde kleinigheden de grootste gevolgen kunnen hebben en dat bij een mensch,

5*

Sluiten