Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe achtereenvolgens bij deze drie bijzonderheden ons bepalen:

in welke ellende die ongelukkige verkeerde;

hoe hij er van verlost werd;

en water van hem werd geëischt;

om daarbij telkens het oog op ons zeiven te slaan en de beschouwing van dit alles te gelijk, zoowel tot onze verootmoediging als tot onze opwekking en besturing toepasselijk aan te wenden.

I. Wij worden bij het lezen van het verhaal in den tekst met onze gedachten verplaatst in den aanvang van den tijd van 's Heeren openlijke omwandeling op aarde, toen Hij van stad tot stad, van plaats tot plaats rondging, weldoende en het Evangelie der zaligheid aan de verlorene schapen van het huis Israëls verkondigende. Op dezen togt door Galilea nu was het, dat de hier vermelde genezing van den melaatsche geschiedde, waarvan ma ecus onmiddelijk na het vertrek des Heeren uit Kapernaüm berigt en die ook door lucas in nagenoeg hetzelfde verband geplaatst wordt. Wel wordt dit wonder door mattheus onmiddelijk na de bergrede vermeld, nog vóór dat de Heer Kapernaüm binnentrad, waar Hij den knecht des Heidenschen hoofdmans herstelde, maar een enkele blik op het VIII en IX Hoofdstuk van mattheus1 Evangelie, vergeleken met dat van marcus en lucas, doet ons zien, dat aldaar verscheidene wonderen te zamengevoegd worden, zonder dat juist de tijdsorde wordt in acht genomen. Wij meenen ons daarom te moeten houden aan het berigt van lucas, volgens hetwelk dit wonder aan den melaatsche geschiedde, toen de Heer in ééne der steden van Galiléa zich bevondt.

Terwijl Hij zich dan aldaar ophield, ontmoette Hem een diep ongelukkig voorwerp, een mensch door melaatschheid, dien geessel van het Oosten aangetast; lucas

Sluiten