Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat de natuurlijke neigingen met de wet Gods in bestendigen strijd zijn, omdat het denkbeeld van de oordeelen Gods op den duur niet is te verdragen. En deze vervreemding, deze afscheiding van God heeft even zeker, niet verzwakking, maar gemis van geestelijk leven veroorzaakt, als afsluiting eener beek van de bron verdrooging der beek ten gevolge heeft; zoodat, wie buiten de gemeenschap met den Eeuwiglevende verkeert, aan de magt des doods is vervallen, beide naar geest en gemoed, al staat ook zijn adem niet stil en al vloeit hem het bloed door de aderen.

Een vleijende spiegel is onze eigenliefde en zooals die ons beeld weerkaatst, kunnen wij ligt met onszelven tevreden zijn. Doch als wij niet vragen naar leugenbeelden, maar naar onze ware hoedanigheid, zooals wij zijn, dan ontsluijert zich die voor ons, wanneer wij ons beschouwen in den spiegel, die door God ons wordt voorgehouden. Die spiegel, klaar en blinkend gepolijst, is de Goddelijke wet, de wet naar haren geheelen inhoud, zooals zij den inwendigen evenzeer als den uitwendigen mensch opeischt. Deze spiegel liegt niet, huichelt niet, vleit ons niet. Beschouwen wij daarin onszelven. Wat zien wij? Een melaatsche van het hoofd tot de voeten; een moorman, zwart zoo al niet van huid, dan van hart; een Bar-abbas des doods waardig, een schuldenaar aan al de geboden Gods, een mensch van wiens hart het gedichtsel boos is van der jeugd af aan, arglistig meer dan eenig ding, doodelijk, een bron van allerlei gruwelen, ongeregtigheden, booze bedenkingen, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, booze oogen, lastering, hoovaardij, onverstand , een mensch, onbekwaam tot eenig goed en geneigd tot alle kwaad, ja om het met de op de Schrift gegronde belijdenis onzer Kerk uit te drukken, van nature geneigd God en den naaste te haten.

En dit diep bederf dat zich naar buiten in allerlei

Sluiten