Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biddende om het lieht van den H. Geest, opdat gij aan uzelve ontdekt en van de waarheid van hetgeen Gods Woord omtrent uwe en aller menschen zedelijken toestand verklaart, overtuigd moogt worden. Dat Woord noemt u vleesch uit vleesch geboren, dood in de zonden en misdaden, ja zelfs het schijnbare loffelijke aan u een bezoedeld en wegwerpelijk kleed en stelt u voor als in uw bloed vertreden, op het veld geworpen.

Dat is uwe beeldtenis. En verspilt nu geene moeite tot pogingen om uzelven te verfraaijen of te verbeteren. Een afzigtelijk schepsel wordt door een gouden halsketen toch niet schoon; een verrottend ligchaam wordt niet bekoorlijk, al omringt gij het met bloemenkransen. Evenzoo zal het ook u niet gelukken, u met uwe zoogenaamde goede werken voor God te herstellen, hetzij met overpeinzingen, aalmoezen of godsdienstigheden. Menschen en uzelven moogt gij daarmede bedriegen, maar God niet, God niet met wien wij te doen hebben, voor wien alle dingen naakt en geopend zijn, die niet aanziet wat voor oogen is, maar die ziet op het hart; als Hij ons aanziet vallen alle dekmantels, alle bekleedsels, alle uiterlijkheden weg. Wij staan daar naakt voor Hem, naakt in al onze armoede en ellende. Er kan u inderdaad geen beteren raad gegeven worden, dan: geef u bloot, stel u met het schaamrood des tollenaars voor zijn aangezigt; zegt tot Hem: zie Heer, zoo staat het met mij; alles is in mij boos geworden; door de inwonende boosheid tot de grond toe bedorven; boos het oog, boos het oor, boos de hand, boos de voet, boos alle de leden door de zonde in haren dienst genomen, door haar vrienden der ongeregtigheid geworden, wat meer, wat alles zegt, boos het hart, waaruit de uitgangen des levens, maar ook des doods zijn, ja z66 boos, dat het doodelijker is dan eenig ding, dat in deze wereld des doods kan gevonden worden.

Sluiten