Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar vergeving, met denDooper, of, wat waarschijnlijker is, met diens discipelen waren in betrekking gekomen en den doop der voorbereiding voor het Messiasrijk ontvangen hadden. Hunne kennis van den Heer was dus nog hoogst onvolkomen en gedeeltelijk. Zij hoopten op Hem als een' toekomstigen, maar verheugden zich nog niet in Hem als een' reeds verschenen Zaligmaker. Daarom trad de Apostel hun te gemoet met het volle Evangeliewoord, met de blijde boodschap der verschijning van en de zaligheid in chkistus jezus. Hij onderrigtte hen van de onvolkomenheid huns geloofs, ja, wees hun aan dat zij de prediking van johannes niet dan gebrekkig begrepen hadden. „Johannes," zeide hij, //heeft wel gedoopt den doop der bekeering, zeggende tot het volk, dat zij gelooven zouden in Dengene, die na hem kwam, dat is, in christüs jezus en die hem hoorden (deze woorden behooren vermoedelijk nog tot de rede des Apostels) werden gedoopt in den naam van den Ileere jezus." De Apostel herinnerde hun dus, dat zij, die door johannes gedoopt werden in Dengene, die komen zou, waarlijk in den naam des Heeren jezus waren gedoopt geworden.

Zeker heeft de Apostel het niet laten berusten bij het noemen van des Heeren naam , maar heeft hij ook verder tot hen gesproken over des Heeren leven op aarde, over zijnen schuldverzoenenden dood, zijne opstanding, zijne hemelvaart, zijn zitten aan de regterhand Gods, zijne waardigheid als Koning en zijn eeuwig priesterschap. Onder die bezielde en krachtige prediking werkte de H. Geest mede in het hart der hoorders. Het werd licht en klaar in hun binnenste. Zij geloofden in jezus den Heer, als den christüs, den beloofden, van God geschonken, gekruisten, gestorven, verrezen en verheerlijkten Zaligmaker. De Apostel legde zegenend hun de handen op. De H. Geest kwam op hen, deelde zich aan hen mede, bragt het geloofsleven in hen tot geboorte;

Sluiten