Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der heerlijkheid Gods, dat anderen doet juichen en als doet henenzien over bergen van zwarigheden. Zalig daarom, driewerf zalig die de vraag: hebt gij den H. Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? toestemmend kan beantwoorden.

Dit voor zich zeiven te weten moet toch, gelijk ik verder wilde doen opmerken, zielvertroostend geheeten worden. Zoovelen als er door den Geest Gods geleid worden, dus staat er geschreven, die zijn kinderen Gods. Zij hebben niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreeze, maar den Geest der aanneming tot kinderen, door welken zij roepen: Abba, Yader! Gelijk er eene stem is des bloeds, die alle ïnenschen in hunne bloedsbetrekkingen kennen en vernemen; zoo is er ook eene geestelijke stem in deze geestelijke betrekking, tusschen God en de uit zijnen Geest wedergeboren kinderen en deze is het, die zich uit in het Abba-geroep. Welke bewustheid nu zou er in vertroosting en zaligheid te vergelijken zijn bij de bewustheid van door den Geest van God geleid te worden; te weten, door dat getuigenis des Geestes in zich zeiven, dat men is onder degenen, die bij God in het dierbaar bloed zijns Zoons volkomene vergeving, die met God eenen eeuwigen vrede hebben, die kinderen Gods zijn, wie alle dingen ten goede moeten medewerken, wie verdrukking noch benaauwdheid, vervolging noch honger, naaktheid noch gevaar, dood noch leven, tegenwoordige noch toekomende dingen van zijne liefde scheiden kunnen, die erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus zijn, zoodat zij met Hem lijdende, ook met Hem zullen verheerlijkt worden? Wat vreugde boven iedere vreugde, wat heilgenot boven ieder heilgenot, het zeker uitzigt te hebben eener eeuwige gelukzaligheid in de hemelsche woningen; met grond te kunnen zeggen: „wat mij ook moge overkomen, hoedanig mijn leven, hoedanig mijn

Sluiten