Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal uitmaken. Maar dit zult gij, ook bij deze enkele herinnering, met mij erkennen moeten, dat de meest beweldadigden van allen, ook de meest dankbaren moeten zijn en dat op hen, die door den Geest mogen leven, ook de heilige roeping rust, om door den Geest te wandelen. Zoovele genadegaven als zij ontvangen hebben, zoovele roepstemmen ook tot ootmoedige en dankbare verheerlijking der genade Gods, zoovele drangredenen, om daarnaar te staan, dat zij overvloedig in liefde, blijdschap, vrede, langmoedigheid, goedertierenheid, geloof, matigheid en zachtmoedigheid, die de vruchten des Geestes zijn, bevonden worden. Wie daartoe niet wordt gedrongen, daartoe het schuldenaarsgevoel in het binnenste niet heeft; wie er niet door bestuurd, door gedreven wordt, om digt nabij zijn hart te-leven, alle toegeeflijkheid aan het vleesch af te snijden en naar al de geboden Gods, zeker niet in eigen kracht, maar in de kracht des H. Geestes te wandelen; van dien is het te vreezen, dat hij zichzelven bedriegt, dat hij eene veranderde levensbeschouwing voor een vernieuwd leven houdt, dat hij den Geest van christus niet heeft, dat hij Hem niet toekomt; want waar de H. Geest in het hart woont, daar zal ook lust zijn tot heiligheid en waar lust is tot heiligheid, daar zal ook heilige waakzaamheid, heilige werkzaamheid, heilige strijd tegen de zonde zijn en in deze allen zullen het leven en de vrede der ziel voor eeuwig wezen!

II. Wel mogten wij haar (gij zult er u, naar ik vertrouw, met mij van overtuigd gevoelen, M. H.) eene gewigtige vraag, eene levensvraag noemen, de vraag, welke het onderwerp uitmaakt onzer overdenking: Hebt gij den H. Geest ontvangen, als gij gelooft hebt? en is het ons gebleken, dat daarop een bevestigend antwoord te kunnen geven en mogelijk en noodzakelijk en zielvertroostend en duurverpligtend is, voor alle dingen

2*

Sluiten