Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieden, die zich voor godsdienstoefening en godsdienstonder wijs hunner kinderen aan die gemeente aansluiten.

Het is volkomen waar, dat men daartoe niemand dwingen of zelfs onbescheiden dringen kan of mag. Hier moet met de grootste omzichtigheid en bescheidenheid te werk gegaan en alle eigenlijke proselytenjacht vermeden worden. Maar het is ook waar, dat daaromtrent wel eens bij onze predikanten eene al te groote onverschilligheid heerscht niet alleen, maar dat zelfs jaren lang bij predikanten en kerkeraden een geest heeft voorgezeten, meer geneigd om zulke overgangen tegen te houden dan om die te bevorderen, ook waar bij de gemeenteleden daartoe wel geneigdheid bestond. Wel is dit geschied uit alleszins loffelijke beginselen, maar — als men het behoud der Broederschap wil en meent te moeten willen, moet men toch niet zelf alle uitwendige banden losmaken en onverschillig verklaren. In sommige gevallen is toch ten slotte het al of niet bestaan van zulk een uitwendigen band beslissend voor het aanhouden ook van de meer geestelijke

betrekking en voor de mogelijkheid van instandhouding

en bloei der gemeente. Ware men vroeger op dit punt niet al te onverschillig geweest, dan waren hoogstwaarschijnlijk in den tegenwoordigen tijd meerdere Rem. gemeenten veel talrijker dan zij thans zijn en misschien ooit weder worden zullen. Want Remonstrantsch-gezinden zijn er bij duizenden, ook waar slechts enkele tien- of honderdtallen van Remonstranten gevonden worden. Dit nu is uitstekend, wanneer men den Remonstrantschen geest bewaren en verbreiden wil, maar op het behoud der Remonstrantsche Broederschap niet gesteld is. Maar dan heeft men ook geene eigene kweekschool meer noodig. In den tegenwoordigen tijd echter, waarin men het behoud en den bloei dier Broederschap weder meer nog dan vroeger wenscht, en waarlijk om goede redenen, mag men ook omtrent de middelen tot haren uitwendigen bloei niet zoo onverschillig zijn, maar moet men ze op gepaste wijze aanwenden, opdat zij, die het met hare beginselen eens zijn, daarvan ook door uitwendige toetreding doen blijken. Eerst, waar dit wat meer en met goed gevolg geschiedde,

Sluiten