Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij staat op een moeras!" Ja, als men de zandplaat en de palen vergeet! Ik wil gaarne toegeven, (ik spreek thans niet namens de Commissie) dat het een zeer onzekere en twijfelachtige stelling zou zijn, als men zoo in het algemeen wilde verklaren: "te Leiden wordt beter (of meer) gestudeerd dan te Amsterdam". Ik ga zelfs verder en beweer: zulke algeme ene stellingen zijn in den regel dwaasheden, of men ze wil doen strekken ten voordeele van Amsterdam of van Leiden, van Groningen of van Utrecht. Een zeer hoog geacht en tegelijk zeer bescheiden hoogleeraar schreef mij eens naar aanleiding van diezelfde stelling: "aan zulke stellingen is in het algemeen al zeer weinig waarde toe te kennen. Zij zijn in hare algemeenheid onwaar en onbewijsbaar. De faculteiten verschillen, de studentengeneratiën verschillen, zoowel te Leiden als te Amsterdam, te Utrecht niet minder dan elders enz." En ik geloof, dat deze professor het had aan het rechte einde. Het is dan ook geen wonder, dat onze hoogleeraar het tegenovergestelde gevoelen van het ons in deze toegedichte "van zijn studietijd af tot op den huidigen dag aan de Akademiën zelve heeft aangetroffen" (pag. 105). Let wel: de hoogleeraar zegt, dat "hij het heeft aangetroffen", dat "het bestaat." Hij zegt en bedoelt ook — naar zijne eigene nadrukkelijke verklaring — niet, dat dit een algemeen, een aan de Akademiën heerschend gevoelen zou zijn. Maar dat zoo'n gevoelen "wordt aangetroffen", wel zeker! Te Utrecht trof ik eens bij een der professoren de bewering aan, "dat het H. O. te Leiden steeds partijzaak, en te Amsterdam, behalve in het geneeskundige vak, kinderspel was." Een Deventersch professor hoorde ik in vollen ernst beweren: "dat in vele opzichten nergens zoo goed en zoo veel werd gestudeerd als te Deventer." En op zulk eene algemeene stelling zou Uwe Commissie een zoo gewichtig voorstel als het thans aanhangige hebben gebouwd! Zij wijst met mij die even onjuiste als minvleiende onderstelling af. Zij wijst U daarentegen met nadruk op den geheel anderen grond van haar voorstel, aangeduid op pag. 77 in deze woorden: "om de zoodanigen, nl. zulke jongelieden als wij voor onze kweekschool moeten begeeren, voor die kweekschool te winnen,

Sluiten