Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar tot dusver gebrekkig, welnu, onze hoogleeraar zal dan ook daarin een schoon veld vinden voor zijnen arbeid! En "dat aan de proefprediking alle ernst is ontnomen" in Neêr-

lands eerste Akademiestad van die bewering zal ik

niets anders zeggen dan dat mijne ervaring het mij niet heeft geleerd (en ik hoorde vele proefpreken te Leiden zoowel als te Amsterdam), terwijl opzettelijk ingewonnen berichten mij het tegendeel getuigen. Dat over het algemeen jongelui met preeken voor de leus of op proef niet veel op hebben, is toch wel niet alleen een Leidsche, ook wel een Amsterdamsche kwaal (?)! Overigens weet ieder predikant, dat aan die praktische vorming van den evangeliedienaar aan de Akademie niet al te veel waarde moet worden gehecht. Die vorming moet daar slechts voorbereid, de theol. stud. er voor geschikt gemaakt worden; haar zelve moet de Prediker en de Pastor beiden ontvangen van het leven, van zijn werkkring zelf. En daarom blijven wij beweren, dat het noodige ook in deze, al ware 't dan ook alleen door onzen eigen hoogleeraar, onzen studenten even goed gegeven kan worden te Leiden als te Amsterdam.

De groote verzwakking van den grond van ons voorstel (Tid. 102 c.) door de eischen van algemeene beschaving en praktische vorming van den evangeliedienaar kan ik dus niet toegeven. Die grond is in mijn oog nog sterk genoeg om desnoods den steun te kunnen ontberen, dien toevallig het besluit der Gr. Verg. van 1796 ons bood. Maar wegens die aanbeveling van ons voorstel, aan dat besluit ontleend, zet ons de hoogleeraar gevoelig terecht. "Gebrekkige historische kennis deed ons hier van de zaak juist het tegenovergestelde maken van hetgeen zij was." Dat klinkt zeker nog al bar en hoog. Maar de hoogleeraar, de erkende specialiteit op dit gebied, mag ten aanzien van zulke zaken hoog zijn. Wij erkennen hier gaarne onze minderheid. Daarom hadden wij dan ook — onvoorzichtig misschien! — niet zeiven de notulen van 1796—1798 nagezien om daaruit de motieven van het bedoelde besluit zelfstandig na te gaan. Trouwens er is daaromtrent, volgens de verzekering van den hoogleeraar zeiven, in die notulen weinig te vinden. Wij hebben een-

Sluiten