Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derwijs over te laten aan de Leidsche professoren, en door ons te vergenoegen met de collége-uren, die zij doen overblijven? (Tid. blz. 104). En weder: "het onderwijs zou enkel succursaal-onderwijs worden" (blz. 107). Over die college-uren spreek ik na liet gezegde niet meer. Ik geloof niet dat de Leidsche professoren zulk eene verdenking van oninscliikkelijkheid en weigerachtigheid om ook met een Remonstr. theol. professor ééne lijn te trekken, voor zoover dit mogelijk is, hebben verdiend. Maar dat succursaal-onderwijs? Die weinig eervolle taak om aanvullend onderwijs te geven! Is het dan alleen eervol professor zijn, wanneer men zelf dogmatiek geeft en praktische theologie? Welnu, als wij clan te Leiden een hoogleeraar krijgen die van dat gevoelen is, wat belet hem om ook daar in die vakken zijne jongelui te onderwijzen? Ook hier deed hij het in het eerste vak zeer zeker alleen zyne eigene leerlingen. Prof. van der hoeven ook in het laatste ons alleen. Kan de een of ander zijner opvolgers door bijzondere gaven en talenten een onderdeel der prakt, theol. beter doceeren dan een ander, b. v. de homiletiek, of de praktijk der uiterlijke welsprekendheid, zooals dit met professor van der hoeven het geval zou zijn geweest, waarlijk, de Leidsche studenten zullen er hem zeer dankbaar voor zijn en de Leidsche professoren ook. Exegese voorts — is dat misschien zijn fort? Welnu, een dubbel collége daarover werd in mijn tijd met graagte gehouden: één verplicht bij prot. prins, één vrij bij prof. kuenen. Het laatste was niet minder bezet dan het eerste. Ik volgde ze beide. En dan, hoe vele vakken zijn er nu nog, die niet tot de bij de wet verplichte behooren voor de Leidsche profesoren, en die toch alles behalve bijvakken kunnen genoemd worden, en waarvan aan onzen hoogleeraar gaarne dat zal worden overgelaten wat hij — als zijn speciaal vak — kiest! Het is in onze oogen stellig onjuist, dat hier alleen "voor ééne enkele toevallige specialiteit onder de predikanten der Broederschap eene geschikte en eervolle taak zou te vinden zijn. Laat onze hoogleeraar maar zijn wat onze wet zegt dat hij behoort te zijn: "een geleerd en godvruchtig man," en hij zal, hij kan geen weinig eervolle plaats innemen nevens de hoogleer-

Sluiten