Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu was al het beleid en de welsprekendheid van eenen Hu go de Groot te vergeefs, en ijdel al zijn pogen, om eene verzoening, of althans bemiddeling uit te werken; de Contra-Remonstranten waren volstrekt onhandelbaar, niets vuriger wenschende, dan den ondergang hunner weerpartij; welke beroofd van wereldlijken invloed, slechts haar regt in de weegschaal konde leggen. Zwakke steun wanneer het geweld spreekt!

Reeds in 'l laatst des vorigen jaars, zegt men, had de Prins zich laten verluiden , dat de hangende geschillen niet anders dan door de wapenen konden worden beslecht; en toen hij Olden-barneveld en de Groot eens in de ver* gadering der algemeene Staten voor de onderlinge verdraagzaamheid hoorde spreken, zou hij de hand aan zijn rapier geslagen en gezegd hebben: „Hiermede zal ik de religie verdedigen , en zien wie mij dit beletten zal.1'

De Contra-Remostranten dan, gerugsteund door de hofpartij en 't gezag des Prinsen, rustte niet voordat tot de bijeenroeping eener nationale synode besloten was. Drie Provintiën, Zeeland, Groningen en Friesland stemden er gaaf in toe; Gelderland volgde na een weinig stribbelens ; doch de overige, met regt zich op de Unie beroepende, waarbij voor de provintiën onafhankelijkheid in kerkelijke zaken was vastgesteld, weigerden daaraan deel te nemen.

In Overijssel even als in Utrecht had men sedert het begin der geschillen vele remonstantsche predikanten, of liever dezulken die de gematigder en verdraagzame beginselen van Zwingli en Meianchton waren toegedaan. Inzonderheid te Kampen was derzelver getal allengs vermeerderd ; doch het ijveren der calvijnsch-gezinden legen hunne gevoelens was in dit gewest in diezelfde mate toegenomen.

Den elfden Junij 1617 hadden de Staten van Overijssel, in weerwil van eene deputatie uit Gelderland en een1 brief

1*

Sluiten