Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten derden male door den tegen-kerkeraad afgezonden, en, even als de laatste reis , vergezeld van de ouderlingen Van Hardenberg en Arend Sloet, verzette zich er ten sterkste tegen , terwijl hij tevens nieuwe beschuldigingen tegen Goswinius en Matthisius te berde bragt, die op hun verzoek, na lang dralens, afschriften dezer aanklagt bekwamen. Een paar dagen later bragt deze kommissie verslag uit, en liet de ontvangene brieven der vergadering voorlezen. Die van Voskuyl hield in, dat, ofschoon de gemeente, bij de voortdurende afwezigheid van Goswinius en Matthisius, hemen zijnen ambtgenoot met geene mogelijkheid konde missen, hij zich evenwel reisvaardig had gemaakt; maar door allerlei soort van mensehen uit de burgerij, die zijn huis omsingeld hadden, met tranen en gebeden in zijn vertrek was verhinderd geworden: weshalve hij zich genooddrongen zag, bij herhaling te verzoeken, dat de beide te Dordrecht aanwezige broeders hunne zaak mogten voorstaan. Dit verzoek werd aangedrongen door een brief des kerkeraads , waarin met bewegelijke woorden werd voorgesteld, welk een jammerlijk schouwspel het was geweest, de geheele stad Kampen in dezen bedroefden staat te zien; hoe mannen en vrouwen, jong en oud, aanzienlijk en gering , zich het hoofdhaar uittrok, op de borst sloeg , de iHcht brekende met benaauwde zuchten , en den hemel verscheurende met hun deerlijk jammergeklag over 't vertrek hunner herders , van wier leeringen men genoegzame kennis konde nemen , al waren zij daar niet persoonlijk tegenwoordig : zij leerden immers niets anders als hetgeen voor remonstrantsch bekend stond, en overigens \iel op hunnen wandel niets te zeggen. De magistraat, die te voren mede voor hen in de bres was getreden, doch duidelijk inzag, dat de vijanden der Remonstranten allengs meelden boventoon kregen, en bij den Prins van Oranje en de

Sluiten