Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stalen in hunne aanmatigingen ondersteuning vonden, hield zich nu met voordacht schroomvallig stil. Daarna las men ook eene wederlegging dezer brieven van de zijde der Contra-Remonstranten , te lang en te hatelijk om hier mede te deelen, betoogende, dat een hoop volks geen gedagvaarde behoorde te beletten voor zijne regters te verschijnen. Na eenige voor- en tegenredenen, werd op advijs der regtsgeleerden onder de politieke afgevaardigden , voorgesteld , dat men de beide gedaagden , om hunne wederhoorigheid, bij verstek veroordeelen, en in hunne dienst moest schorsen, met verleening van nieuwe veertien dagen, om zich in persoon te komen zuiveren; welk voorstel den achttienden Februarij door de Synode, in een onherroepelijk besluit veranderd, aan Acronius voorgelezen en den Magistraat dezer slad bij afschrift werd bekend gemaakt.

Nu lagen de beide andere predikanten weder aan de beurt. Niet voor den vijf- en twintigsten derzelfde maand, dertien dagen na de nieuwe aanklagt van Acronius, werd hun door een1 deurwaarder afschrift derzelve beteekend; doch hel stuk zonder eenige naamteekening zijnde, zonden zij "t den Voorzitter terug, met een' brief vol klagten over de partijdigheid ten hunnen aanzien beloond, en het onbillijke, hen wegens bijzondere beschuldigingen te moeijen; terwijl zij handen vol werks hadden met het gereed maken der breedvoerige schrifturen ter verdediging van de algemeene zaak der Remonstranten. In dit vertoog gaven zij te kennen, dat men te Kampen reeds voor ettelijke weken, zelfs nog vóór de schorsing hunner ambtgenooten, twee nieuwe leeraars had beroepen, namelijk, Pe trus P lan cius van Hasselt, en Wilhelmus Stephani, predikant te Arnhem: (1) dezelfde die vroeger te Kampen gestaan, doch

(1) 1'lancius was den 20 Jariuarij, Stephani den 19 Februarij

Sluiten