Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1616, wegens zijne onverdraagzaamheid en hevig uil\aren tegen de Remonstranten, zich niet kunnende verantwoorden, door de regering was afgezet.

„Hieruit, zeiden zij, was liglelijk aftenemen, hoe weinig men te Kampen aan de afzetting der Remonstrantsche leeraren twijfelde; en het was wel te zien, dat dit opgeraapte geding niets anders was dan een voorwendsel, om de Synodale handelingen en besluiten eenen glimp van regt te geven."

Hoe nadeelig voor de vrijheid van godsdienst de invloed der Hooge landsregering zich omtrent dezen lijd alhier begon te doen gevoelen, blijkt daar uit, dat Cogerman eens (4 Maart) met groote blijdschap in de vergadering verscheen, zeggende, dat er schrijven van den Magistraat van Kampen was ingekomen, met berigl hunner tevredenheid met al hetgeen de synode omtrent de Kamper predikanten had besloten, en zij dezelve niet langer zouden beschermen: dat zij voorts met schuldigen eerbied de beslissing der geschilpunten in de leer wachtende waren, voornemens zijnde zichten eene male daaraan te onderwerpen, en zooveel in hen was, ook de gemeente te bewegen, evenzoo te handelen; terwijl zij intusschen de kerkdienst door regtzinnige predikanten der klasse zouden laten waarnemen. Welk eene verandering binnen den tijd van nog geen twee maanden!

Toen nu de aan Voskuyl en Schötler toegestane veertien dagen waren verstreken, zonder dal zij zich gezuiverd hadden, gaf de voorzitter (11 Maart) te kennen, hoe zij in hunne hardnekkigheid bleven volharden, en hoe de beide

beroepen; de eerste werd bevestigd 28 April, de andere in 't najaar; nadat hij reeds in Junij te Kampen had medegewerkt in 't beroep eens derden predikants, Nieolaus de la Planque van Leyden, vroeger in Keulen, die in Julij zijne intreê deed.

Sluiten