Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergadering, ten einde zich met eigen oogen van de waarheid te overtuigen. Vervolgens spoedde hij zich naar den magistraat, die in allerijl bijeengekomen, beraadslaagde, wat in deze netelige zaak te doen stond. De Remonstranten bleven intusschen niet werkeloos. Wel voorziende wat er gaande was, begaven zij zich, drie of vier honderd man sterk, naar hel raadhuis, onder het geroep van: sla dood! sla dood! Op 't hooren van dit rumoer, gingen eenige magistraatspersonen met den overste naar buiten, vermanende de burgers om in stilte huiswaarts te keeren ; maar dit baatte niet: het geroep en geraas groeide steeds aan, en was zoo groot, de oploop werd zoo ongeregeld, dat er geen gehoor te krijgen was. Smelsingk ontving een steen op de borst; en de burgemeesters waren genoodzaakt hunne veiligheid binnen de wanden van hel stadhuis te zoeken. Hoe die beweging is afgeloopen blijkt niet. Baud art, van wien deze bijzonderheden ontleend zijn, doch die de zaak gewis niet zal verkleind hebben , vergenoegt zich met te zeggen, „dat er meer ongemaks zoude geschied zijn, hadde niet God de Heere de onstuimige en oproerige menschen betoomd." De magistraat, ofschoon weinig genegen om tot een uiterste te komen, vond zich door het gestrenge plakkaat der algemeene staten van den eenen, en de opgewondenheid der gemeente van den anderen kant, tot een' beslissenden stap gedrongen; namelijk de afkondiging (Nov. 1Ö19) van hetzelve plakkaat tegen de Remonstanten vastgesteld, waarbij het houden en bijwonen hunner vergaderingen en hel herbergen hunner leeraars, met zware geldboeten en gevangenis werd bedreigd. (Brandt III. 783'—89).

VII.

In Overijssel ging men, om de besluiten der synode

Sluiten