Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steinfurth, maar ook daar werd hun door Professor T i mpler, hunnen vriend, van wege den grave aangekondigd, dat hij hun verblijf in zijn gebied niet kon dulden. Nergens heul vindende, begaven zij zich naar Vreden, in het Munstersche, alwaar zij zich, met voorkennis der regeling, eenige maanden ophielden, tot dat hunne vervolgers hier te lande, bij den Bisschop eene aanschrijving aan het plaatselijk bestuur van Vreden uitwerkten, op grond waarvan zij ook van daar verdreven werden. Goswinius en Matthijssen, de laatste met echtgenoot en kinderen, welke hem acht dagen te voren waren gevolgd, moesten nu in 't hart van den winter Vreden verlaten en gingen naar Grol, toen ook nog in de magt des Aartshertogs, waar hunne Hoogmogenden dus niet te bevelen hadden. In den Haag zag men niet ongaarne, dat zij zich in 't gebied der Spanjaarden ophielden; dewijl daardoor het voorgeven hunner verstandhouding met den vijand meer schijns verkreeg.

Middelerwijl hadden een aantal der uitgebannen remonstrantsche leeraars en uitgewekenen in 't begin van October te Antwerpen eene vergadering gehouden, waarbij de onzen wel niet persoonlijk tegenwoordig konden zijn, maar toch schriftelijk lieten weten, zooveel in hen was, de kerk te willen van dienst wezen. Daar werden de grondslagen gelegd der Remonstrantsche Broederschap.

Wat er naderhand van D°. Matthijssen is geworden, kan ik niet melden. Men vindt van hem opgeteekend, dat hij een oogenblik in beraad stond om de acte van stilstand, nadat dezelve in 1G23 eenigzins gewijzigd was, te onderteekenen, doch daarvan door professor Episcopius werd teruggehouden. (Brandt IV. 999.) Waarschijnlijk is de standvastige man onder zijn hard lot bezweken.

Sluiten