Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aangaande Goswinius leest men, dat hij ziekelijk van ligchaam zijnde, en de ellenden der ballingschap niet langer kunnende verduren, uit zijne verblijfplaats te Hollum op Ameland (I) in 1622 met den Kerkeraad te Kampen in briefwisseling trad, en zich, in weerwil der pogingen zijner drukgenooten om hem van dezen stap terug te houden, lot onderteekening der akte van stilstand liet bewegen. Van Ameland begaf hij zich midden in den winter naar Harderwijk, en van daar naar Elburg, in welke steden hem eene bezending van Kamper kerkeraadsleden kwam bezoeken. Op zijn dringend aanhouden werd hij ten laatste te Kampen, de geboortestad van hem en zijne gade, binnengelaten, en vestigde er met verlof der algemeene staten zijne woonplaats. Vooraf (4 Jan. 1623) echter moest hij schriftelijk belooven, dagelijks naarstig tot het gehoor van Godswoord te zullen komen , en te zoeken zijn geheele huis daartoe te brengen; welke belofte hij volgens zijne vrienden getrouwelijk, doch naar 't zeggen zijner vijanden, slechts ten halve is nagekomen. Het verhaal dezer onderhandeling, met afschriften der brieven van en aan Goswinius, vindt men in 'l kerkenboek der gereformeerde gemeente te Kampen van dien tijd. üit verlies viel den Remonstranten, om de waarde des geleerden mans, zeer smartelijk.

Wat Voskuyl en Schötler betreft, deze werden, even als al de andere afgezetten , in 's Gravenhage voor gecommitteerde raden ontboden zijnde, dringend uitgenoodigd om de acte van stilstand te teekenen, op hunne weigering, uit de vereenigde provinciën gebannen en door boden van staat buiten 's lands gevoerd. Van den eerstgenoemde vinden wij

(1) Ameland was tot 1704 eene vrije, onafhankelijke heerlijkheid De vrijheer van Cammingha verkocht het eiland in dat jaar aan Johan Willem Friso voor ƒ 170.000

Sluiten