Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Kampen gedrukt en openllijk verkocht, tot groole ergernis der predikanten. Eindelijk, in 1641 , vindt men melding gemaakt van een' student met name van Ca m pen, herwaarts gezonden oin de vergaderingen te leiden.

De overige berigten uit dit tijdvak, (1629—42) die zeer weinige zijn, deelen wij letterlijk mede, zoo als zij beschreven staan in de boeken der handelingen van den kerkeraad der gereformeerde gemeente. (1)

Uil deze herhaalde aansporingen tot meer gestrengheid, zoude men misschien kunnen afleiden dat de Magistraat nu en dan in zijnen ijver verslapte, en ten aanzien der Remonstranten, Mennisten en Lutherschen eenige oogluiking gebruikte. Wij zouden dit te eerder gelooven, omdat Fredrik Hendrik een veel mildere geest bezielde dan zijnen broeder. Doch hoe dat zij, na 't overlijden van dien eerbiedwaardigsten der Oranje-vorsten, begon de magistraat van Kampen den blakenden ijver der gereformeerde geestelijkheid weder niet onverdeelde inspanning te schragen, en van toen af schijnt de hoop op de stichting eener Remonstrantsche gemeente ten eenenmale te zijn vervlogen ; terwijl de leden allengs wegsmolten in de heerschende kerkgemeenschap, wier hoofden toen in de middaglijn van aanzien stonden. Da oude Petrus Plancius, en ook D°. L e o n a rdis leefden nog, wakker ondersteund door den ijverigen Petraeus van Elburg en den jeugdigen kampioen Ja cobus Plancius, die den overledenen Stephani en den naar Haarlem beroepenen de Ia Planque in de dienst vervangen hadden. Buiten dezen werd er nog een predikant beroepen; (Wilh. Cos te rus van Weesp;) doch deze vijfde leeraarsplaats is 76 jaren later, in 1724, opgeheven.

In dien tijd (1648) bevond zich Gideon Cu ree 1-

(1) Zie bijlage No. II.

Sluiten