Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straat was hunne partij toegedaan, ten bewijze waarvan wij onder anderen kunnen aanvoeren, dal den Rector G ual t h erus in December van 1617 het groot-burgerschap werd geschonken, nadat hij kort te voren tot ouderling was ver. kozen. In deze hoedanigheid vertegenwoordigde hij de Gemeente van Kampen ter Provinciale synode, in October daaraanvolgende te Vollenhove gehouden, ter verkiezing van afgevaardigden voor de ophanden zijnde synode van Dordrecht. Het is bekend met welk een ijver de Staten van Overijssel zich van den beginne af tegen het houden dezer algemeene synode hebben verzet, en hoe Kampen in die worsteling het langst heeft volgehouden. Maar zoo nadeelig ais de strijd in "t algemeen voor de Remonstranten was uitgevallen, zoo vruchteloos verhief ook nu G u a 11 h e r us met zijnen medeafgevaardigde Goswinius, voor t laatst de stem der waarheid en der billijkheid. Hunne hevigste tegenkanters werden tot leden der nationale synode verkoren.

Dat zulk een man den Contra-Remonstranten een doren in 't oog moest zijn , laat zich ligtelijk begrijpen. Niet zoodra hadden zij te Dort gezegevierd, of al wat in Nederland vrijzinnig dacht werd aan den hatelijksten gewetensdwang onderworpen, en nadat de leeraars der Remonstranten, onder bedreiging van eeuwigdurende kerkerstraf, den lande waren uitgebannen, gingen de kerkbesturen in de provinciën, gerugsteund door den hoogmogenden arm der algemeene staten, tot de zuivering der scholen over.

In Augustus 1619 vergaderde te Deventer eene provinciale synode, onder voorzitting van Jacobus Revius, predikant aldaar. Spoedig lag Gualtherus aan de beurt, om de wraak der nu heerschende kerk te ondervinden. Ca sper Sibelius, van Deventer, Petrus Plancius van Kampen, Johannes Volcerus van Vollenhove, alle drie bittere vijanden der Remonstranten, zaten als reglers in deze vier-

Sluiten