Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derpartij eenen geweldigen slag toe te brengen, en zij bragten het door hunne snode kuiperijen en lasteringen zoo ver, dat eenige onschuldige, gewezen Remonstrantsche predikanten van medeplegtigheid aan het opzet der O ld enbarnevelds werden beschuldigd, namelijk: Cornelis Geesteranus, Gerard Velsius, Bernardus Dwingelo,Eduard Poppius,Carolus Nielliusen anderen. Sommigen derzelve werden in hechtenis genomen, en ofschoon aller onschuld ten klaarste aan den dag kwam, werden de beide laatstgenoemden tot eeuwigdurende gevangenis op Loevestein veroordeeld.

Maar het waren niet slechts de voornaamste leeraren, die als medepligtigen aan den roekeloozen toeleg tegen 's prinsen leven vervolgd werden, men zocht ook de geheele broederschap in de zamenzwering te betrekken; door het gansche land daverden de kansels van smaad- en schimpredenen tegen de landverraders, zooals men de Remonstranten noemde, tn de verbittering tegen hen werd zoo algemeen en zoo heftig, dat zij in het openbaar-hun leven bijna niet zeker waren.

Onder de predikanten van hel sticht Utrecht, die met weinige uitzonderingen de gevoelens van Arminius waren toegedaan, was Paulus Lindenius, te Soest, een der ijverigste. Door de Synode afgezet, werd hij in Augustus 1619 door de Staten zijner Provincie uit het vaderland verbannen; doch hij bezat moeds genoeg om, de bevelen der geestelijke en wereldlijke dwingelanden ten trotsch, de grenzen te overschrijden, en de verslagene gemeenten in stilte te bedienen. In het laatst van 1622 werd hij, ten huize zijns broeders, aan den Uithoorn, door eene zware ziekte aangetast, die hem een' geruimen tijd aan zijn leger bond. Nog niet geheel hersteld, ontving hij aldaar eene dringende uitnoodiging van de Remonstranten te Kampen om

Sluiten