Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerekt worden.— Lindenius heeft naderhand, als hij zijn wedervaren verhaalde, menigmaal verklaard, dat hij van geene Heeren ooil minder billijkheid en meer bitterheid had ondervonden, dan van dezen Burgemeester.— Inlusschen, al dat dreigen met beul en pijn en geeseling was vruchteloos; hij volhardde bij het betuigen zijner onschuld, en daar men schijn noch blijk van schuld wist te vinden, ging men niet verder, en liet hem weder op de Hagenpooit, in de boeijen brengen.

De Magistraat, nu met de zaak verlegen, zond aan de Algemeene Staten een verslag van het gehouden verhoor. De Stalen, geene schuld vindende wat de zamenzwering betrof, bedankten de regering van Kampen voor de genomen moeit.:, en lieten het aan haar over 0111 in deze zaak verder te handelen zoo als zij tot heil van het land het beste zoude keuren. Deze echter wendde zich andermaal tot H. Hoogm. en liet door den Heer Tengnagel, afgevaardigde dezer Provincie, een beslissend antwoord verzoeken op de vraag: wat men met den gevangene zoude beginnen'? En hierop werd in den Haag verstaan, dat men dezen predikant, daar hij het vonnis zijner uitbanning had verkracht, naar Loevenslein kon zenden, 0111 aldaar, nevens anderen van denzelfden stempel, opgesloten en bewaard te worden. Op het ontvangen van dat besluit heeft de Magistraat der Stad Kampen Paulus Lindenius lot eeuwigdurende gevangenis op het slot Loevestein verwezen, waar hij den 27 Junij aan kwam en in de groene kamer een nieuw tijdperk van zijn lijden intrad.

Sluiten