Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in die leerstellingen, ook al kan hij ze nooit missen. En wij vr ij zinnige protestanten weten ook wel, dat overal de menschen worstelen tegen het kwaad. Wij zien overal wel het licht schijnen van eenvoudig goed doen. Maar wij zien, dat verreweg de meesten ook iets gelooven en dat dit invloed heeft op hun levensgedrag. Tallooze menschen ontwikkelen hun geloof echter maar matig. Zij zijn tevreden met de bepalingen die in hun kring gangbaar zijn. Dat is in t geheel niet dwaas Want maar weinigen zouden den tijd hebben en het vermogen, om dit alles uit te denken. Wel voelen velen eenigszins, dat een mensch behoort goed te doen, verplicht is om het kwaad te laten, dat dit iets meer is dan dat anderen 't zoo wenschen of hij zelf. Maar wat daarin alles^ligt opgesloten, daar is het laatste woord niet dadelijk over gezegd. Ook moet men, als menschen zeggen, niet te gelooven, meermalen opmerken dat zij eigenlijk wel iets gelooven, maar niet dat, wat m hun omgeving voor het ware geloof doorgaat. _

Maar in elk geval is de toestand niet zoo, dat men eerst de juiste leerstellingen zou moeten hebben, en dan pas in staat zou zijn, om goed te doen. Gelukkig dat het niet zoo is. Want onze leerstellingen vertoonen vele gebreken en onvolledigheden. Er is meer reden, om rekening te houden met een heel andere ervaring, die velen °P<Joen- Gij hebt stellig wel eens gehoord dat iemand tot de pijnlijke bekentenis kwam, dat hij of zij op het een of andere gevaarlijke pad geen steun en kracht had gevonden bij het leerstellig geloof. Dat hielp heelemaal niet, om staande te blijven. Er bestaat inderdaad S660^10"6..0^^!1' stemming tusschen onze denkbeelden en ons gedrag. Maar zij hebben wel met elkaar te maken. Als een vader onrechtvaardig is geweest tegen zijn kind, uit drift, dan zal hij als hij iets gelooft over het goede, met kunnen rusten, Voor dat weer goed gemaakt is^ Wat nu pr^es de kracht is, die hem voortdrijft, is niet zoo gemakkelijk te zeggen. Maar de leerstellingen zijn het niet. Toch hebben de denkbeelden die een vader heeft over zijn ouderplicht, wel eenigen invloed. Ze wijzen hem

Maar de geloofsbelijdenissen, die we aanhangen, maken ons alleen niet deugdzaam. Welke ook onze geloofsbelijdenis is, we weten best, dat we geen van allen veel deugen, dat wij onze moeiten hebben met goed en kwaad. Op verschillende wijze wordt nu ons levensgedrag opgenomen in onze overtuigingsstelsels en van die stelsels ondergaa het den invloed. Maar als liefde ons hart ontroert, ligt daarin een kracht, die met vele leerstelsels zich verdraagt.

We zijn met deze laatste opmerkingen al genaderd tot eenigszins wetenschappelijk nadenken. Van zulk nadenken verwachten sommigen heel veel. Ze willen aan onze denkbeelden over goed en kwaad een wetenschappelijken grondslag geven. Dat lijkt ons nog al moeilijk, bn of het levensgedrag er veel beter van zou worden, als het gelukte, is de vraag. Wij hebben wel eenig vertrouwen in de wijsheid der eeuwen. John Stuart Mill, iemand die veel over zoogenaamde ethische vraagstukken, over het levensgedrag heeft nagedacht, heeft dit toegelich door een aardige vergelijking. Hij vergeleek onze positie in de moraal, onzen toestand ten aanzien van de wetenschap over goed en kwaad, met pen sr.hinner. die in 't bezit is van een scheepsalmanak. Wil hij nu op

Sluiten