Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet worden opgebouwd. De man welke zijn leven lang 3 gaatjes in een bepaalde plaat ponst, zonder te weten waartoe die gaatjes dienen, is in bepaalde kringen haast klassiek.

Als uiterlijke verschijningsvorm is dit alles juist. De groote uitvindingen op technisch gebied sedert de middeleeuwen, de boekdrukkunst, het buskruit, de stoommachine, explosiemotor en de electro-generator hebben het verkeer tusschen menschen en volkeren, benevens de geheele productie een volkomen nieuw karakter gegeven. De voortschrijding op technisch gebied bracht betere methodes met geraffineerde en kostbaarder machines. Was in de middeleeuwen en nog lang daarna elke arbeider in het bezit van zijn eigen werktuigen, thans is dit voorbij; hij verhuurt zijn menschelijk arbeidsvermogen, de werkgever stelt het mechanisch arbeidsvermogen ter beschikking in den vorm van machines. Ook zelfs dit bijna instinctmatig gevoel van den mensch, om zijn werktuigen als zijn eigendom te beschouwen, is in de industrialisatie van de wereld doodgemaakt, tengevolge waarvan den geest van den arbeider geweld wordt aangedaan, hij nog losser komt te staan tegenover het werk, dat hem zijn levensbevrediging zou moeten geven.

De industrialisatie bracht de vorming der groote steden met alle kwade gevolgen ook voor een gezond geestesleven. De bekroning hiervan kan men dan vinden in de bioscoop en in de radio, die een vermaak geven aan deze horden van menschen, die in vergelijking tot de middeleeuwen van hun basis zijn losgerukt, die nog steeds bezig zijn het zwaartepunt van hun bestaan te verschuiven uit hun arbeid naar hun verstrooiing.

Aldus beschouwt de middelmatige pessimist, vooral onder het heele en halve intellectueele publiek de techniek. Verder moet ik diegenen buiten beschouwing laten, die in hun burgerlijk bestaan een auto toch een zegen dier techniek vinden, dien zij niet missen kunnen, of die de radio uitsluitend als een gemak opvatten, of als een genoegelijke instelling, omdat de huisvrouw 's morgens om 10 uur onder het stof afnemen of ontbijt wasschen naar de morgenwijding kan luisteren (hierbij „wijding" m.i. tusschen aanhalingsteekens te plaatsen).

Toch vergeten de pessimisten, dat alleen dank zij de zich immer ontwikkelende techniek, onze aarde een groeiende bevolking kan herbergen zonder hongersnooden, hetzij door vermeerdering der productie, hetzij door een gemakkelijke verplaatsing van het bevolkingsoverschot. Ook de vergelijking met de oudheid en de middeleeuwen is bedenkelijk. Het is er nog erger mee als met verhalen uit Amerika. Bovendien heeft men te bedenken, dat wij niet meer dan enkele figuren eruit kennen, droppels uit een oceaan vol leven. Waar zijn de duizenden, door wier bovenmenschelijke krachten en levensoffers de Pyramiden gebouwd zijn? Is de bemanning van de „Statendam" toch niet gelukkig in vergelijking tot de galeislaven uit de antieke zeevaart? Doch men behoeft het verschil in tijden nog niet eens zoo groot te nemen. Toen ik vóór enkele weken op uitnoodiging van één der architecten de nieuwe fabrieken van Van Nelle te Rotterdam mocht bezichtigen, was ik vol bewondering voor hetgeen hier de moderne techniek aan arbeidsomstandigheden weet te scheppen. Dit bouwwerk, dat techniek ademt van het begin tot het einde, is een symbool van onzen tijd. Dit arbeidspaleis eens te vergelijken met een tabakskerverij van 1 800 zal voor de bewonderaars van de techniek der middeleeuwen zeker wel heilzaam zijn.

Sluiten