Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leggend, toch ons oog geopend heeft voor de schoonheid van een houding tegenover het leven, wier grondelementen, hoewel misschien niet van Christelijken oorsprong, toch in de Christelijke geloofswereld gelouterd waren.

Wij zouden te ver afdwalen van ons onderwerp als wij U langer in deze richting gingen leiden.

Wat is schoonheid? was onze eerste vraag. Wij hebben U er aan herinnerd hoe op duizendvoudige wijze het leven ons van schoonheid doordringt en met schoonheid omringt.

Hoe de schoonheid van het leven onze aandacht vraagt voor het leven om ons, voor de lichamelijke en de geestelijke zijde van ons zijn.

Wij hebben tenslotte met elkaar afgesproken, dat wij datgene schoon zouden noemen, waarvan de ons geopenbaarde vorm in harmonie was met een innerlijke wezenlijkheid, waarmee elk ding in het vormgeheel der dingen te voorschijn treedt.

Die bloem is schoon, die het zuiverst aan de bepaalde idee bloem beantwoordt; de mensch is, zoowel uiterlijk als innerlijk, schoon als hij het dichtst aan het ideaal-menschelijke, zooals wij dat in ons leven hebben geformuleerd, beantwoordt.

Gij zult het terstond met mij eens zijn, dat wij tot nu toe spraken over de schoonheid in zeer algemeenen zin.

Ons onderwerp mocht ajm overweging in die richting niet voorbij gaan, maar het brengt ons toch noodzakelijker wijze in meer direct contact met de schoonheid in engeren zin, zooals deze tot ons komt door bemiddeling van de kunst.

Hoe is deze schoonheid door ons te verstaan?

Bij de beantwoording van deze vraag verzoek ik U met mij te willen bedenken, dat leven in diepsten zin ordening is.

Als in de bekende scheppingsmythe het leven der aarde geschapen wordt, dan wordt ons medegedeeld, dat de aarde oorspronkelijk woest was. Daar heerschte het ongeordende, de chaos. Uit dat ongeordende, dat chaotische wordt de wereld, de kosmos, geschapen. Kosmos nu beteekent ook orde. Het leven treedt dus aan den dag uit het ongeordende in het geordende. Uit het chaotische in het kosmische.

Alle ordening openbaart zich weer in een vorm; men zou kunnen zeggen: de orde is tot vorm geworden wanorde.

Het leven krijgt dus alleen mogelijkheid in den vorm, het rechtvaardigt zich in den vorm, en een cultuur kan zich slechts verwerkelijken dooü zijn vormscheppende kracht, zooals Havelaar het uitdrukt.

Nu zijn er drie wijzen mogelijk, waarop het leven zich als vorm kan openbaren.

Ten eerste als noodwendig resultaat van natuurlijke levensontplooiing. Zoo heeft de bloem, het insect, de berg, een eigen kosmische gestalte en is als zoodanig onder-geordend in het kosmisch vormgeheel der

Maar ten tweede kan het menschelijk handelen in zijn cultuurnoodwendigheid elke natuurlijke levensontplooiing doorbreken en een eigen vorm scheppen, die voor de vervulling van zijn bestaan een gebodenheid is.

Sluiten