Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de steenen, die de mensch uit de rotswand breekt, bouwt hij zich een huis. Van de huid, die hij van het dier afstroopt snijdt hij zich een kleed. Uit het ijzer, dat hij uit de aarde uitgraaft, uit het hout, dat hij uit de boomstam klooft, uit alles bouwt hij vormen, naardat de noodzakelijkheid van zijn bestaan hem daartoe dwingt. ^

Nu kan zich uit dien tweeden vorm, dien wij in tegenstelling met den eersten, den natuurvorm, den cultuurvorm zullen noemen, een der e on wikkelen, waarvan de wording niet alleen bevrucht wordt door de gebodenheid van het menschelijk bestaan, maar door het verlangen om dien vorm in overeenstemming te brengen met de wezenlijke inhoud zelh Op onnoembare wijze wordt dan de in de natuurvorm voorhanden stof door de menschelijke cultuur, door het menschelijk droomen, denken en doen, zoo omgecomponeerd, omgezet, dat in het nieuw ontstane iets van den wezenlijken inhoud van dat ontstane op zijn al er-

zuiverst tot uiting komt.

In dien derden vorm, dien wij de kunstvorm zullen noemen, treedt nu niet alleen het wezen van het geschapene zelf op zijn zuiverst aan den dag, maar ook iets van het wezen van den schepper, door wiens cultuurdaad geschapen werd, en ook iets van dien Leyensachtergrond, die hem tot het scheppen in staat stelde, waaruit hij zijn inspiratie, zijn scheppende kracht putte. ,

Het aanschouwen van dien kunstvorm nu brengt ons tot die schoonheids-ontroering in engeren zin, waarover wij boven spraken.

In „Vrije Geluiden" verduidelijkte ik dit inzicht reeds door een

V°Het marmer op zichzelf is natuurvorm. De materie heeft zich onder invloed van allerlei natuurlijke omstandigheden die hier buiten beschouwing blijven, zoo samengesteld, in een dergelijke vaste natuurlijke soortvorm, dat men deze vorm onmiddellijk, onderkent. ^

Nu komt de mensch en hij vervaardigt met behulp van zijn menschelijke over natuur zegenvierende mogelijkheden uit dat marmer een beeld.

Laten wij zeggen, dat hij het onderwerp van zijn beeld koos uit het Evangelie en dat hij een voorstelling maakte van den lijdenden Christus

in Gethsemané. .

Honderden menschen zullen nu langs dat beeld gaan en zeggen, dat is mooi, omdat zij in de allereerste plaats kijken naar het opschrift en met vrome gedachten denken aan het lijden van Christus in Gethsemane.

Maar schoon behoeft dat beeld volstrekt nog niet te zijn. Er zal eerst dan iets van ontroering door schoonheid tot U worden overgedragen als de kunstenaar er in geslaagd is om het wezenlijke van de dingen in het

beeld vast te leggen:

ten eerste iets van de ontroering van den kunstenaar zelr bij de doorvoeling van zijn onderwerp: Christus in Gethsemane;

ten tweede iets van de ontroering of althans van de verbeelde ontroering van Christus zelf in Gethsemané, in zijn strijd, zijn wanhoop,

zijn overgave; . ,,

ten derde als de kunstenaar bewust of onbewust, buiten zichzelr om of met volle eigen levensaandacht uit dien Achtergrond,^ waaruit hij geschapen heeft, die hij Intuitie, Schoonheid, Kunst, die hij ook Leven of Eeuwigheid kan noemen, iets naar voren heeft kunnen brengen.

Sluiten