Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer vrij, soms zeer willekeurig, te werk. Hij kan D'öltfn, koe dan ook door hem gevocaliseerd, met rfj orQana xoZ ovqavov niet zoozeer vertaald, als wel verklaard hebben; hij zou in dat geval de oudste vertegenwoordiger zijn van de overlevering, die, gelijk wij zagen, vele eeuwen na hem door de punctatoren werd gevolgd. Doch gesteld dat hij een Hebreeuwschen codex vóór zich had, waarin door

JOX was vervangen, dan zou deze lezing daarom nog niet de ware zijn. Integendeel, eene onpartijdige critiek moet haar verwerpen. Zij is niets meer dan eene poging om bet zeldzame rol'Ö! en wel naar de loei paralleli, o. a. het naburige H. VIII: 2, te verklaren. Hoe, omgekeerd, indien N3X oorspronkelijk ware, daarvoor riD^O zou kunnen zijn in de plaats gesteld, is te eenenmale onbegrijpelijk. Wij kunnen dus ten aanzien van de ongeschondenheid van onzen tekst volkomen gerust zijn.

W ij zijn genaderd tot onze tweede vraag: hoe moet die tekst uitgesproken en dus verstaan worden? De keus is hier, uit den aard der zaak, niet ruim. Toch moeten wij nog drieërlei vocalisatie in overweging nemen.

Vooreerst die van onzen Masoretischen tekst. Dit bevreemdt u wellicht, want het bleek ons immers, dat de uitspraak np^p eigenlijk behoort bij de schrijfwijze röJÓö. Zoo is het inderdaad; doch het is denkbaar, dat den schrijver van de consonanten de vorm met n voor den geest zweefde; dat hij m. a. w. een derivatum van bedoeld, maar de n weggelaten heeft, omdat die toch niet werd gehoord. Ieder lezer van het O. Testament weet, dat die weglating zeer dikwijls plaats grijpt, evenals, omgekeerd, de x zeer vaak wordt geschreven waar zij etymologisch niet behoorde te staan. Het toeval wil, dat ook elders door het schrijven en weglaten van die letter verwarring tusschen afleidingen van en is ontstaan. Ik verwijs, wat dit punt

aangaat, naar Stade1), van wien ik dan eerst verschil,

') T. a. p. S. 335—338.

Sluiten