Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om den uitweg voor hen af te sluiten, hield daar stand en smeekte de Godheid, dat de bergen elkaar zouden naderen en den uitweg der vijanden verhinderen. Staande deed hij het volgende gebed: »0 God der Goden en Heer van de geheele schepping, die door uw Woord alles bestuurt, den hemel, de aarde en de zee ; voor wien niets onmogelijk is, want alles is slaafs onderworpen aan het woord van Uw bevel; gij toch spraakt en het werd voortgebracht, gij bevaalt en het werd geboren; gij alleen zijt de eeuwige, beginlooze, onbegrensde God, en er is geen andere behalve U; want ook in Uwen naam en naar Uwen wil heb ik gedaan wat gij gewild hebt, en in mijn hand hebt Gij de geheele wereld gegeven. Ik roep dus Uwen veelgeprezen naam aan: vervul deze mijne smeekbede en wil dat deze bergen elkander naderen, zooals ik U gevraagd heb, en zie mij rampzalige die op U vertrouw, niet voorbij". En terstond naderden de bergen elkaar tot op 10 el, terwijl zij vroeger .... (lacune) vaneenstonden". Alexander het gebeurde ziende, loofde de Godheid en bouwde koperen poorten, waardoor hij den nauwen doorgang tusschen de twee bergen verzekerde, en bestreek ze met aoixijrov. De aard van deze stof is, dat zij noch door vuur verbrandt, noch door ijzer te breken is. Aan de binnenzijde der poorten en tot aan de vlakte toe plantte hij doornstruiken, die door goede besproeiing de bergen begroeiden. Voordat de bergen aldus verbonden waren, sloot Alexander daarachter op 22 koningen met hunne volken in het uiterste Noorden. De poorten noemde hij de Kaspische poorten, de twee bergen Mazoi. De namen der volken ware deze: Góth, Magöth, Anougoi, Egeis, Exenach, Difar, Phötinaioi, Pharizaioi, Zarmantianoi, Chalonioi, Agrimardoi, Anoufagoi, Tarbaioi, Alanes, Fisolonikaioi, Saltarioi enz. Dit waren de volken die Alexander achter de poorten opsloot wegens hunne onreinheid ; want zij aten vuiligheden en onreinheden, zooals honden, muizen, slangen, lijken, onvoldragen vruchten, ja zelfs hunne eigene dooden. Alexander dit gezien hebbende en vreezende dat zij in de bewoonde wereld zouden komen, sloot hen op".

Sluiten