Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dringen tegen de Scythen benoorden den Jaxartes. Inderdaad is dan ook niet de plaats aanleiding tot de legende geweest, maar omgekeerd de legende, dat Alexander den grooten muur liad gebouwd om de gevaarlijke volken uit te sluiten, hier gelocaliseerd. Dit blijkt daaruit, dat de overleveringen, die het meeste gezag hebben, Gog eu Magog in het hoogste Noorden of in het Noord-Oosten van Azië plaatsen. Tabari zegt (I, 212 1. 3): »Gog en Magog wonen ten oosten der Turken" en daar vinden wij ze bij alle geographen. Ook de Grieksche bronnen wijzen ons naar denzelfden kant.

Bevestigd wordt ons dit nog in een merkwaardig verhaal, dat Tabari geeft onder het jaar 22 l): 'Amr ibn Madi Karib verhaalt dat Matar ibn Thaldj uit den stam Tamim hem het volgende heeft medegedeeld. Ik kwam, zegt hij, bij Abdarrahman ibn Rabï'a (den Arabischen generaal in Armenië) in al-Bab (het tegenwoordige Derbend), en vond bij hem Schahrbaraz (den vorst van Armenië). Daarna kwam een man binnen, die er verreisd en vermagerd uitzag en zette zich naast Schahrbaraz met wien hij eenige woorden wisselde. Matar (de verhaler) nu had een gestreept Jemenidisch kleed aan, met zwarten grond en roode streepen of met rooden grond zwart gestreept. Schahrbaraz sprak nu: weet gij, o emir, van waar deze man komt? Ik heb hem eenige jaren geleden naar den muur gezonden, om mij bericht te geven hoe deze er uitzag en wie aan dezen kant daarvan wonen. Ik heb hem een groote som geld medegegeven en toen met een brief en een geschenk gezonden aan den vorst die het dichtst bij mij woont, met verzoek om hem op zijne beurt een aanbevelend schrijven tot den volgenden vorst mede te geven. Voor eiken vorst had ik hem van een geschenk voorzien. Zoo reisde hij van koning tot koning tot hij eindelijk kwam bij den vorst achter wiens gebied de muur is. Deze gaf hem een brief mede aan zijn

') De text is mij gegeven door mijn vriend Prof. Prym te Bonn, die dit gedeelte van Tabari bewerkt. Zie ook Zotenberg III, p, 498 seqq en Birünï's Chronologie p. 50 vert. van Sachau.

Sluiten