Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reiserouten, p. 26), 1 dagreis. Kodama zegt dat deze zeer steil en winters als er sneeuw ligt onbegaanbaar is. Dit verklaart den omweg, dien de gezanten op hunne terugreis over Taraz namen. Van daar 1 dagreis over de bergen naar Atas (of Atbas). Deze stad ligt op een hoogen bergopgang en is een middenpunt tusschen Tibet en Ferghana. Yan daar naar Opper-Nüscliadjan 6 dagreizen, gedurende welke men geen dorpen voorbijkomt. Volgens Kodama gaat een deel van den weg over niet hooge bergen, een gedeelte door weideland met bronnen. De reizigers moeten zich voor deze reis van den noodigen voorraad voorzien. Opper-Nüschadjau en Tibet vormen het midden van het Oosten.

Kodama vermeldt nog dat men van Schasch, d. i. Taschkend tot Opper-Nüschadjau 40 dagreizen voor een karavaan, 30 voor een met spoed reizende rekent. Yan Schasch naar Taraz telt men 44 Par., van Taraz naar Kon fik hebben wij 56 Par. gehad, dus samen 100 Par. door Ibn al-Fakïh (bij Jaküt IV, 823 1. 16) op 17 dagen berekend. Men houdt dus voor den afstand van Konak tot Opper-Nüschadjau, ongeyeer 14 dagen over. Daar wij echter niet weten of men werkelijk 6 Par. daags op dezen weg kon maken, zooals Ibn al-Fakïh berekent, en evenmin of men zich onder weg had op te houden, kunnen wij met zekerheid niets uit de mededeeling afleiden.

Van Opper-Nüsehadjan tot de stad van den khakan der Toghozghor heeft men 3 maanden te reizen, waarbij men groote plaatsen voorbijkomt en overal goede weiden vindt. De bevolking zijn Turken, gedeeltelijk Magiërs die het vuur dienen, gedeeltelijk zindiks. In plaats van 3 maanden hebben Kodama en Mokaddasi (p. 341) 6 dagen. In een ander hoofdstuk echter heeft Kodama, naar het schijnt eeue andere opgave. Zijne woorden zijn: »De voornaamste grenspost tegen de Turken is Nüschadjau, dat ongeveer 60 (lees 65) Par. ten oosten (lees ten noord-oosten) van Samarkand ligt in de richting van Schasch en Ferghana. Dit is de eerste grensplaats der Kharlokh naar den grens der Kaimak. Van deze grensplaats naar de stad der Toghozghor ('t HS. heeft hier jaSÏ) heeft men 40 (lees 45) dagen, eerst door vlakten

Sluiten