Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot uw teedersten Vrind.

Keer, afgedwaald kind!

Keer weer, keer huiswaarts weêr!

4. Keer huiswaarts, keer weêr !

L>aar is kleeding en brood,

Voor uw armoe en nood,

Keer tot Hem die u mint,

^ Keer, afgedwaald kind!

Keer weêr, keer huiswaarts weêr 1

01

~1 de wapendrager.

XXIII.

^ ^ slechts een wapendrager, flink op mijn post,

ooli: ee.n koning, die mij heeft verlost; Op Zijne roepstem wil ik voorwaarts gaan,

Em naby myn Hoofdman wil ik altoos staan.

KOOli.

Hoort gij het krijgsgeschal: „Voorfe!" klinkt het luid;

Ziet, al de twijfelaars vallen er uit;

'k Weet dat mijn Hoofdman mij gedenken sal,) ,. En als Zyn wapendrager sta ik pal. J cn3'

S. 'k Ben slechts een wapendrager, nu in het veld;

Waak over 's Konings helm, Zijn zwaard en schild ; k nacht op Zijr» roepstem, ieder oogenbiik,

Vaardig met het antwoord: „Meester, hier ben ik."

8. Schoon slechts een wapendrager, mij is beloofd Eeuwige vrede, met een kroon op het hoofd;

Zoo ik getrouw Hem al mijn dagen dien,

Zal ook ik myn Koning in Zijn glorie zien.

22 KOM TOT UW HEILAND.

XXIV.

1» QM tot uw Heiland, toef langer niet,

Kom nu tot Hem, die redding u biedt,

Hie ook voor u den hemel verliet,

ïïödr naar Zyn roepstem : „Kom

Sluiten