Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan hen die overwinnen,

Geeft Hij de zegekroon ; Zij zullen niet Hem heerschen,

Voor eeuwig in Z\jn troon.

2b OP HET ALTAAR GODS.

XXXI.

1. "VTEEM mijn leven, laat het Heer, JJM Toegewijd zijn aan Uw eer; Neem mijn handen, dat zg 't merk

Dragen van Uw liefdewerk.

2. Eiken dag, ja ïed'ren stond

Zij Uw lof in mynen mond.

Elke schrede van mijn voet, Zij geheiligd door Uw bloed.

3. Zij mijn zang steeds U gewijd,

U, den Heer ten allen tijd!

Laat mijn lippen zijn vervuld Van den Losser mijner schuld.

4. Neem mijn zilver en mijn goud,

Dat ik daarvan niets weerhoud'; Dat mijn kennis t' allen tijd,

Worde aan Uwen dienst gewijd.

5. Zij mijn wil in mij gedood

En Uw wil mijn daag'lijksch brood; Maak mijn hart tot Uwen troon, Vader, Heil'ge Geest en Zoon 1

6. Ü behoort mijn liefdeschat,

Gij hebt mij eerst liefgehad,

Ziel en geest en lichaam, Heer,

Leg ik op Uw altaar neer.

Amen.

QQ

IK ZAL OPSTAAN.

XXXIII.

i. r

IK zal opstaan £& aal opstaan en gaan tot mgn Vader.

Sluiten