Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ruim een uur daarna, zit hij bij de zijnen, op een lagen matten stoel, om de witgeschuurde tafel heen, waarop hem, zij het ook geen rijke, toch een recht-smakelijke avonddisch bereid is.

Zooals het elders gaat. zoo ook hier: de Fransche wreedaard en het gruwelijk dwangbevel, dat hij uitschreef, maken , nadat de mannen eerbiedig de muts afgenomen en gebeden hebben, schering en inslag van het gesprek uit.

Moeders smartgevoel en Teine's geestdrift worden weêr opgewekt, maar vaders bekende bezadigheid verloochent zich ook nu niet: want na druk spreken en weêr spreken over het „waarom" en nwaartoe", wat de beide oudsten — Jo en Geeutjen — niet zonder een traan in het oog, zwijgend aanhooren, zet hij andermaal de muts af, slaat den ouden huisbijbel open, ziet, om een goed einde aan het gesprek te maken , vrouw en kinderen veelbeteekenend aan , en leest, onder den indruk van een en ander, met klare maar bevende stein aldus : //Psalm een en negentig. Die in de Schuyl—plaetse des Alderhoogsten is geseten, die sal vernachten in de Schaduwe des Al machtigen. Ick sal tot den Heere zeggen : Mijne toevlucht, ende mijne Burcht: mijn Godt op welcken ik vertrouwe. Want hij sal u redden van den Strick des Vogelvangers: van de seer verderflicke Pestilentie. Hij sal u decketi met sijne Vlercken ende onder sijne Aleugelen suit gij betrouwen, sijne Waerheyt is een Ilondasse ende Beukelaer. Gij en sult niet vreesen voor den Schrick des Nachts : voor den Pyl die des Daegs vliegt:

Sluiten