Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijvenden aanbevelende, vóóral nu bij vernieuwing zoo'n donkere onweerswolk boven zijn hoofd hangt, geelt liij hun den afscheidsgroet.

Het was hem, alsof in één ure heel de rijke oogst van dien gezegenden dag was weggemaaid.

Vol ongeloof en twijfelzucht ging hij, die nog pas eenige minuten geleden als een geloofsheld gestemd was, den hangen weg op: het was donker daar buiten en daar binnen.

En toch wist zijn God wat hij gezocht en gedaan had, waarom dan ook, terwijl hij daarop door zijn twee goedwillige leidslieden gewezen werd , zijne oogen op Hem waren gelijk die van de dienstmaagd op de hand van haxe vrouw en die van den dienstknecht op de hand van zijnen heer.

Bijna geen sterveling bevond zich meer in straat of steeg der kleine zeestad.

Alles neigt zich, zoo het schijnt, reeds ter ruste.

De doodsche stilte wordt alleen nog maar afgebroken door een laatsten psalmtoon, die u hier en daar nog uit een woning tegenklinkt en de zware maar snelle voetstappen van het als door onweder voortgedreven driemanschap.

In Jan's ziel wordt het, naar mate de weg langer schijnt te zijn, al duisterder en duisterder, al is het ook, dat hem telkens en telkens weêr met nadruk herinnerd wordt: //Want Hij zorgt • * voor u."

Intusschen is hij tot het schip genaderd, de plank neergelaten en hij er overgegaan.

Sluiten