Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al dadelijk is liet van de zijde van één zijner kameraden, die de wacht heeft: //Nu, maat! dat zal verkeerd met je afloopen : twee, die niet op hun tijd aan boord waren, zitten reeds in 't cachot, om morgen de volle lading te ontfangen. Dat is ook jou voorland

Men bericht den kaptein zijn late aankomst, en hij moet onmiddellijk afdalen tot diens kajuit.

Met een diep ontroerd maar toch biddend hart klopt hij aan de deur, en hem wordt op alles behalve //zalvende wijze" gelast binnen te komen.

//Van waar jij zóó laat ?" is het éérste woord.

En met bevende lippen belijdt Jan , dat de kaptein ten volle in zijn recht is, maar dat hij, schuldige, in geen geval den tijd op brooddronken wijze heeft doorgebracht.

Op barschen toon gebiedt de kaptein hem , dat hij nader kome en den mond opene, opdat het blijke, of hij al dan niet sterken drank gedronken heeft.

Toen het gebleken was, dat niets vim dien aard over zijn lippen gekomen was, is het al dadelijk : //Dat is je geluk, kerel ! Maar nu spoedig en goed de vraag beandwoord : Waar beu je geweest en wat heb je uitgevoerd ?"

//Naar de kerk , kaptein !"

wEn toen je uit de kerk kwaamt, want ze heeft immers niet tot half tien geduurd ?"

//Naar een gezelschap , kaptein !"

„Naar een gezelschap! Wat praat jij van een gezelschap ? Wat is een gezelschap ? Kerel! belieg me niet

Sluiten