Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen omhelsden vader en dochter elkander, beiden diep bewogen.

Onder een vloed van tranen hielpen de beide zonen den ouden man voorzichtig weer den trap af naar het huisvertrek. Het was ruw weder; een geweldige storm met zware regenvlagen vervulde de atmosfeer met wilde en sombere geluiden, terwijl elke rukvlaag die over het huis gierde, deuren en ramen deed rammelen; maar de kranke scheen in diepe rust weg te zinken, en wij hielden het er voor dat haar strijd nu snel ten einde spoedde.

Hoe onstuimig de nacht ook buitenshuis zijn mocht, binnen de muren was het al stiller en kalmer geworden. De te groote toeloop van belangstellende betrekkingen had opgehouden. De oude heer was bijtijds naar bed gegaan; hij was zwaar verkouden en door smart afgemat, en in het aan zijn slaapkamer grenzende woonvertrek waakte de jongste zoon met een bediende, want stellig wachtte men den dood van mijne vriendin voor de morgen zou aanbreken.

Nooit zal ik vergeten de heilige, plechtige stilte die het ziekenvertrek allengs vervulde.De kranke ademde nauwmerkbaar en hare zuster en ik hielden telkens onzen adem in om er naar te luisteren. Wij stonden midden in het vertrek toen de klok twaalf sloeg, en wij zagen elkander aan met een gevoel dat geen woorden behoefde; wij voelden iets eigenaardigs als eene heilige tegenwoordigheid van onzichtbaren, en ik fluisterde, terwijl een zachte buivering ons allen overviel: „de engel des doods is in dit huis nedergedaald". Wij drukten elkander de hand en traden zachtkens aan het leger — zoo kalm had zij nog niet gerust. .. Plotseling vernamen wij stemmen en voetstappen beneden in huis, die van schrik of haast getuigden. Wat is er gaande? „Als er maar geen brand is ontstaan!" zegt een der zusters; „er is geweldig gestookt en de schoorsteenen zijn vuil." Het verontrus-

Sluiten