Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles met dank op", zeide zij, my de hand drukkende. „Mijn lijden duurt veel langer dan ik gedacht had, zult ge nog langer kunnen toeven?"

„Ik blijf bij u tot het einde", antwoordde ik, en een oogenblik mijne smart over onze onverwachte scheiding niet meester, zuchtte ik: „hoe heb ik ooit kunnen denken, dat ik u bij de laatste stappen zou moeten steunen, u, die mij beloofdet bij mij te zullen zijn in de ure des doods. — Wie zal mij verplegen als ik mijn laatsten strijd zal strijden?

„Elise", sprak zij, en er was iets plechtigs in hare stem en het gebaar waarmede zij de kleine hand ophief, „Elise, ween niet, God zal ook u zusterliefde beschikken, waar gij die noodig zult hebben; en zooals gy aan my doet, zal aan u geschieden".

Al zachter had zij dit gefluisterd en nu scheen ze in een diepen slaap te zinken. Ik zag haar bleeker worden en kouder werd de hand, die in de mijne rustte; de adem was onmerkbaar en ik staarde met ingehouden adem haar aan, denkende, dat zij de laatste sluimering inging.

Maar daar speelde allengs weer een glimlach om hare lippen. „Elise lief", fluisterde zij, „luister nu goed en vraag niets; ik zie haar — verstaat gij mij — ik zie haar en zij kent u uit uwe schriften en heeft u reeds lief. Ik ben nu in Paramaribo. Wat is ze eenvoudig en bescheiden. Zij is meen fraaien tuin. Wat al heerlijke bloemen! Zij verzorgt de bloemen en hare schoone vogelen met veel liefde; zij is goed voor al wat leeft. Zij gaat nu een kranke verplegen. Let nu goed op en onthoud wat ik u zeg; uit den tuin loopt een paadj e — en zij wees met de hand den loop aan — het gaat langs een boerdery, en daarop woont een zekere van Brussel, vergeet het niet, van Brussel is de naam. Langs dit paadje gaat zij daaglijks naar hare kranke vriendin — vergeet niets van hetgeen ik thans gezien heb." Zij zweeg en ik durfde

Sluiten