Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf voorheen had ervaren, geen zinsbedrog waren geweest; indien ik stellig kon weten, dat ons aan gene zyde van het hoopje zand, dat ons stof zal dekken, een hooger heil beschoren mocht zijn, een waar leven, een ideaal bestaan, waar de ziel naar smacht, ja, wanneer ik die zekerheid kon erlangen, dan zou ik het der moeite waard vinden te leven ondanks al de smart en bitterheiden ellende der aarde, ja, dan zou ik den staf weer wenschen op te nemen om dat heil mijne broederen te verkondigen, al moest ik dan lang nog lijden en strijden — maar ach, het bewijs — de volle zekerheid was niet uit oude boeken en overleveringen te putten. Was er ooit eene openbaring uit den hooge tot menschen gekomen, dan moest de in twijfel en onzekerheid omtastende menschheid er thans meer dan ooit rijp voor zijn. Was er ooit gemeenschap tusschen de bewoners eener hoogere wereld en de stervelingen, dan moesten zij zich thans over de aarde ontfermen, eer de laatste sprankjes van levensmoed en hoop verdwenen en uitgebluscht zouden zijn.

Ik sloeg een blik op mijn afgelegd leven en streven, lijden en strijden, alles ging mij als in een snel voortwentelend panorama voorbij. Ik zag mijne vrome moederen mijzelve als kind; hoe zij mij genas door haar gebed en hare gezegende handoplegging; ik zag zoovele andere gebedsverhooringen, die ik als illusiën had weggecijferd. En ik had slechts één wensch: nog eenmaal zoo te kunnen bidden als ik het als kind aan mijn moeders knieën had gedaan. En die wensch was de aanvang van een gebed, waarin ik opeens mijn volle ziel uit kon gieten — vragende: „Is daar waarlijk een belangstellend oor, dat mijne verzuchtingen hoort; is er een liefderijk oog op mijn ellende geslagen; is daar een vaste ankergrond voor het geslingerde hart, een onomstootelijk bewijs van zijn hoogere bestemming en betere toekomst; zijn

Sluiten