Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vragen, welke ons werden toegestaan te doen, want het was geenszins de aard onzer geestelijke vrienden, om onze nieuwsgierigheid volop te bevredigen en ons alles op te lossen, wat ons onbegrijpelijk voorkwam; integendeel, ons werd geleerd, dat wij ons moesten gewennen, om vele onverklaarbare feiten te erkennen en verschijnselen nauwlettend waar te nemen, waarvan wij het juiste begrip niet in dit aardsche leven zouden kunnen erlangen. Vooral werden wij gewezen op het groot verschil van toestand en gesteldheid tusschen geesten, die nog in het stof des doods zijn gebonden en zij die werden vrijgemaakt van de beperkingen der gebrekkige zintuigen en de enge grenzen van ruimte en tijd, waardoor het onze zalige vrienden onmogelijk was ons een volkomen inzicht in hunne wijze van zijn te geven. Bovenal maakten zij ons opmerkzaam op de onvolkomenheid der taal, die slechts berekend is voor eene materieele wereld en geschikt voor uiterlijke dingen, maar die onmachtig is om het innerlijke en geestelijke met juistheid uit te drukken en over te brengen. Wel waren zij zeiven in het bezit van oneindig rijker en krachtiger hulpmiddelen, om elke gedachte en aandoening aan elkander over te dragen, ja zelfs aan vele honderden geesten te gelijk en op de grootste afstanden; maar wat in geestentaai voortreffelijk geschetst kan worden, is niet in menschenwoorden te vertolken. Onze geestelijke leidslieden vermaanden ons dus tot geduldig en ootmoedig wachten, en te vertrouwen, dat ons genoegzaam licht zou geworden voor onze pelgrimsreis, al konden wij niet alles weten of verstaan van den Jenzeits.

Dikwyls werd gezegd: „wees niet al te nieuwsgierig. Gij kunt nog niet elke onthulling van waarheid verdragen — maar wees getroost — gij zult eenmaal ten volle de waarheid verstaan, zij zal u van alle banden vrij maken, maar niet op eens — Jezus zeide immers ook tot zijne jongeren: „gij zult het na dezen verstaan."

Sluiten