Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het was zoo leerzaam, dat wij niet zouden wenschen, dat het niet gebeurd ware.

Het moet op het eind van Juli 1871 geweest zijn, terwijl mijne moeder weder bij ons logeerde en ook het Medium dat anders niet onder ons dak overnachtte, bij ons was. "Wij hadden een aangenamen dag doorgebracht; des nademiddags waren er een paar vrienden geweest, en in de kalmste stemming legden wij ons allen te slapen, terwijl de volle maan haar stillen glans in den wolkenloozen hemel over de sluimerende dorpelingen verspreidde. Na een paar uren van zoete rust werden alle huisgenooten eensklaps door een donderend geraas gewekt. Ik onderkende duidelijk het eigenaardig geluid van een kleine trap die naar den meidenkamer voerde en die niet altyd goed vastgezet werd. Het was of die trap eerst heen en weer gerameid en dan van de trappen gesmeten werd, gevolgd door al de koffers en pakkisten die op den zolder stonden. Maar nu vielen er mokerslagen op den voordeur, op de kantoordeur en op de tuindeur, alsof ze te splinter werden gebeukt. In een oogenblik waren wij allen op de been; elk schoof het raam open, dat het dichts bij hem was, mijne moeder had het venster der logeerkamer, onze logée dat van haar tuinkamer, mijn echtgenoot van onze kamer boven de voordeur. Niemand was daarbuiten en daar het rumoer inmiddels naar het kantoor verplaatst was, waar het scheen of een hevige worsteling plaats greep, waarbij alle stoelen en de brandkast omver gesmeten werden, sloeg het alarm eensklaps tot de keuken over, en daar scheen geen stuk heel te zullen blijven.

Elk stak zijn kaars aan en wij stonden ontzet op het portaal elkander aan te staren en met ingehouden adem te luisteren. „Ik moet weten wat daar gebeurt," zeide mijn echtgenoot, en ging reeds den trap af met een kaars in

Sluiten