Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder dag aan dag sterker; ik begon weer te loopen, en op een zondagmorgen mij in het schoone weder verlustigende en ziende hoe de dorpelingen allengs naar de kerk wandelden, kwam het verlangen bij mij op, onder het luiden van de klokken, om ook mijn danklied aan de orgeltoonen en gezangen der gemeente te paren, en ik maakte mij gereed om mijn echtgenoot te vergezellen. Ik was geheel klaar, maar wachtte nog een oogenblik daar ik het nog te vroeg vond. Zoo voor het venster staande, zag ik, tot mijn niet geringe verbazing, mijne vriendin zeer haastig in daagsche kleeding den hoek der straat omslaan en snel over het pleintje naar ons huis voortspoeden. Terwijl ik bij mij zelve dacht: „nu, zij moet wel met extra tijding komen," volgde mijn oog haar tot op den stoep, die recht onder mijn venster was. Ik had dus al den tyd gehad om al de bijzonderheden van haar toilet en hare manieren te observeeren, die grooten spoed aanduidden, en daar ik meende dat de voordeur openstond, omdat mijn echtgenoot voor de deur heen en weer had geloopen, luisterde ik of zij niet den trap op zou komen. Doch dit geschiedde niet. Mijn echtgenoot riep mij toe, dat ik niet langer moest wachten. Ik antwoordde: „ga maar vooruit, want C. is gekomen, zij moet mij zeker spreken." Ik wachtte nog, zij kwam niet. Nu riep ik de meid en vroeg of zij de juffrouw ook gezien had en waar die was gebleven. Zij had niemand gezien. „Maar ik heb haar zeker gezien, riep ik, zij is misschien in de zijkamer." De meid keek overal rond. Er was niemand. „Ga dan in den tuin zoeken." Zij deed dit en kwam terug met de verzekering dat ik mij vergist moest hebben, want dat de juffrouw nergens te vinden was, en indien zij mij had willen spreken, wel naar mijn kamer zou zijn gegaan.

„Ga dan terstond naar haar huis en vraag of de juffrouw

Sluiten