Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

asem uitloopem. Het zijn er ook tachtig, die Geschorsten! Ea ze wonen zoo ver!

Bij enkelen komen ze nog bijtijds. Bij de meesten pas na twaalf uur. Bij enkelen zelfs eerst twee uren later. Gelukkige eenlingen, die nog twee uren nadat ge reeds geschorst waart, als vrije, ongeschorste mannen in uw onnoozelheid hebt doorleefd.

Maar zie, daar gaan nog andere boden uit!

Wat hebben deze?

Ook zij dragen brieven. Maar het zijn brieven van oproeping. Het Classicaal Bestuur heeft nu reeds besloten, te komen doen wat des Kerkeraads is. Nog dien eigen dag, reeds te 3 uur, moet er vergadering zijn.

Er mag geen uur verspild.

De Attesten moeten, eer de avond valt, in beginsel zijn afgegeven.

En met haaste gaan ook deze boden uit, om de /MeJ-geschorste Kerkeraadsleden in aller ijl saam te roepen.

DRIE UUR.

In het gewone Kerkeraadslokaal verschijnt het Classicaal Bestuur. Met dit Bestuur komt een twintigtal predikanten en een klein getal ouderlingen binnen.

Het Classicaal Bestuur verklaart, dat het den Kerkeraad tot wederopzeggens toe onder curaleele zet, en zelf in diens plaats gaat zitten.

Het zegt niet, aan welk artikel het hiertoe de bevoegdheid ontleent. Het verklaart eenvoudig, dat het zulks doet.

En niet ée'n meer van de twintig predikanten vindt den geest \ an Broes in zijn hart, om fier en kloek tegen zulk een gezagsaanmatiging te protesteeren.

Allen buigen het hoofd.

Allen zwijgen.

En het Classicaal Bestuur tijgt aan den arbeid.

Wie presideert?

Is dat, ja, waarlijk Ds. Westhoff? Moest het dan niet Ds. Kiayenbelt zijnDie was toch aan de beurt. Aan dien kwam het toe naar dagorde. Hoe kan het dan Westhoff wezen? Krayenbelt zal toch het praesidium niet hebben toevertrouwd aan .... Westhoff!

En toch, helaas, . . ook die smaad moest onzer Kerke overtomen. Krayenbelt, de oude man, die met den éénen voet reeds in het graf staat; Krayenbelt, die de Memorie van Cassatie meê onderteekend en in de Kerkvoogdij voor het bekende Besluit gestemd had; Krayenbelt was het, die gezegd had . . . ja, het is tegen Gods Woord, Broeders, het mag niet! En die man geeft . . . den voorzittershamer aan .. . Westhoff, wiens bitterheid tegen zijn broederen hem ten volle bekend en wiens onbesuistheid hem zeiven zoo vaak een oorzaak van klacht was!

Sluiten