Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook die vergaderzaal heeft een deur; op die deur is een slot; in dat slot hoort een sleutel; en dus dient ook bij deze deur de vraag beantwoord: Wie en wie alleen heeft het sluitingsrecht over die deur ?

Deze vraag nu is even spoedig opgelost als gedaan, want evenals bij elke deur, komt ook hier het sluitingsrecht oorspronkelijk uitsluitend aan den eigenaar toe, en voorts alleen aan dengene aan wien de eigenaar dit heeft opgedragen of afgestaan.

Eigenaar nu van deze deur is de Gereformeerde Gemeente van Amsterdam. Deze is eigenaresse van alle hoofd- en bijgebouwen, en dus ook van alle deuren, die aan of in die gebouwen met scharnieren vastzitten.

Overmits nu echter de „Gemeente van Amsterdam" een eigenaresse is onbekwaam om zelve haar goed te bewaken, heeft zij Beheerders over haar goed aangesteld, mannen die namens haar voor haar recht moeten opkomen.

Wie zijn nu de Beheerders, die namens de gemeente ten deze optreden ?

Antwoord: De Kerkvoogdij, of wat men hier noemt: de Kerkelijke Commissie.

Het staat overduidelijk in art. 1 van het Beheers-reglement: „ In naam der Nederduitsehe Hervormde gemeente oefent de Commissie (en niet de Kerkeraad) het Beheer uit" Zij doet het wel „ krachtens den last door den Algemeenen Kerkeraad op haar verstrekt." Maar bij de oplegging van dien last sprak de Kerkeraad niet uit eigen Synodale bevoegdheid, maar krachtens mandaat der gemeente.

Twijfel kan hier dus niet rijzen. Eigenaresse van alle kerkgoed is de Gemeente. Beheerderesse is de Kerkvoogdij. En bij laatstgenoemde berust derhalve ook over de deur der groote vergaderzaal het Beheersrecht, met inbegrip van het Beheersrecht over den sleutel.

Nu kon intusschen de Kerkvoogdij als Beheerderesse, 'tzij tijdelijk, 'tzij duurzaam, het sluitingsrecht over die deur aan een derde als Gebruiker hebben overgedragen.

Als ik een huis bezit en dat verhuur, draag ik hiermeê stilzwijgend, voor den duur der huur, het sluitingsreeht van de huisdeur over aan mijn huurder. Of ook als ik kamers te huur hang, en ik vind er een huurder voor, dan heeft deze wel terdege het recht, om de kamerdeur achter zich op slot te doen. En zelfs als ik lokalen voor een vergadering afsta, dan moet de voorzitter dier vergadering tevens geacht worden, gedurende den duur der vergadering, de zaaldeur voor ongenode gasten te kunnen sluiten.

Sluiten