Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te sluiten na afloop van de vergadering, als er <'/een vergadering meer gehouden wordt.

En dan weerlegt uiteraard dit gansch zot en ongerijmd beweren zich zelf.

In een Universiteitsgebouw is een groote Collegezaal, waarvan beurtelings aan zes a zeven hoogleeraren het gebruik voor hun lessen is afgestaan. „Goed", zegt één dier zeven heeren, „mij hebt ge die zaal afgestaan. Dus steek ik er den sleutel van in mijn zak, en roep politie als een der andere collega's er in wil!"

Al te dwaas, zegt ge!

Natuurlijk, en hoe zou dus ooit een zaal als deze, die voor Hen onderscheidene Gebruikers dient, door één dier tien kunnen gesloten worden; daar dit immers de negen overige gebruikers feitelijk van het genot van hun recht zou berooven?

Ge huurt een lokaal in Frascati, om 's weeks tweemaal te vergaderen. Maar Frascati geeft het gebruik van die zelfde zaal op andere dagen en uren óók aan zes andere corporatiën. Gaat het nu aan, dat gij bij het weggaan de deur achter u dichtsluit, den sleutel meeneemt, en belet dat morgen of overmorgen die andere corporatiën er in komen ?

Nog eens: Al te dwaas, zegt ge.

En ik stem u dat toe ■ mits ge wel inziet dat de handeling van het Classicaal Bestuur precies even ongerijmd was en wat Ds. Westhoff zich aanmatigde precies even onzinnig.

De Iverkeraad van Amsterdam heeft het recht, om (voor zooveel geen verbouwing, reparatie enz. dat verhindert) met tal van andere corporatiën van de groote zaal aan den Dam voor zijne vergaderingen gebruik te maken. Dit recht komt hem toe krachtens usantie en beschreven bepaling. Ze heet van dit hoofdgebruik zelfs Kerkeraadskamer. Zoolang die vergadering duurt heeft dus zijn Voorzitter te beslissen, wie er al dan niet in mag. Maar zóo is de vergadering van den Keikeiaad niet uit, of de beschikking over het lokaal gaat weer op de Beheerders terug, die te zorgen hebben, dat het te bepaalder ure weer voor andere corporatiën open sta en van vuur en licht en schrijfbehoeften voorzien zij.

Nooit heeft de Kerkeraad dan ook een sleutel van die zaal bezeten. Nooit heeft de Kerkeraad, maar altoos de Kerkvoogdij, voor schoonstoffen. verwarmen en verlichten van het lokaal gezorgd. En slechts dooi een te groot vertrouwen van den Koster is men een sleutel machtig geworden.

Volledigheidshalve voeg ik dit er bij, omdat het ook had kunnen zijn, dat de Beheerders aan elk der Gebruikers een sleutel hadden verstrekt, en aan elke corporatie op haar beurt hadden opgedragen, om voor de schoonstoffing, verwarming en verlichting dezer zaal te zorgen.

Sluiten