Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weest waren, wisten dit. Zo hadden er zeiven altoos als Kerkvoogden meêvergaderd. Twijfel noch onbekendheid kunnen ze voorwenden.

Het besluit dezer heeren, om deze zaal af te sluiten en er bewakers bij te plaatsen, had dus geen andere strekking, dan om op 6 of 7 Januari j.l. aan heeren Kerkvoogden te beletten in hun gewone vergaderzaal saam te komen.

Zien we thans, hoe dit toeging!

Toen ik Dinsdag 5 Januari met Prof. Rutgers en Prof. Lohman over den Dam wandelde, ried ik Dr. Rutgers aan, zich toch eens in de Nieuwe kerk te vertoonen. Wel had geen onzer nog het allergeringste vermoeden, dat de heeren Adriani, Vos en Westhoff zoo ongehoorde feitelijkheden zouden aandurven, als ze bestaan hebben, maar toch . . . liet scheen mij niet overbodig, een oog in het zeil te houden.

We vonden dien middag „de deur" nog onbewaakt, maar toch op het nachtslot gesloten, en vernamen op navrage, dat Ds. Westhoff den sleutel had meêgenomen.

„Goed," zei Dr. Rutgers hierop overluid, „dan zal ik die deur morgen wel laten opensteken. We moeten als Kerkvoogdij 's avonds vergaderen, en moeten er dus in elk geval in!" En met dat zeggen stapten we den Dam weer op, zonder dat óf bij mij, óf bij een der andere heeren nog eenig denkbeeld oprees, dat het tijd wierd o;ti ons te verweren.

De noodzakelijkheid hiervan begon eerst aan den avond van dien zelfden dag, en ook toen nog pas van lieverleê, voor ons duidelijk te worden, toen we vernamen, wat het Classicaal Bestuur zich dien eigen of den vorigen dag veroorloofd had.

Ons wierd toch bericht, dat het Classicaal Bestuur niet alleen tijdelijk andere Kerkmeesters in plaats van de „geschorste" Kerkeraadsleden had aangewezen, maar zelfs tijdelijke leden had benoemd voor de Financiëele Commissie. O. a. den heer Holzmann ]).

Deze mededeeling wekte voor het eerst onzen argwaan.

Ei zoo! dachten we, zou het Classicaal Bestuur -het dan heusch aandurven, om morgenavond de deur te bezetten; ons, Kerkvoogden, aan de deur van onze eigen vergaderzaal af te wijzen; en vreemde personen in het Beheer van het kerkelijk goed in te schuiven!

Wat beheerder of bewindvoerder zou man van eer zijn en zijn plicht kennen, om ooit zoo vermetelen aanslag op zijn Beheersrecht lijdelijk te dulden !

Nog dien eigen avond wierd dan ook besloten, dat men onzerzijds tot bewaking van de Kosterij zou overgaan. Wat elk beheerder, die

]) Voor den heer Hol/mann is dit feit zeer bezwarend. Hij toch wist als gewezen lverkvoogd uitnemend wel, dat alteen de Kerkvoogdij leden in de Kinancieele Commissie aanstelt; en dat de Kerkoraad dit nooit deed noch ooit doen kan

III. 2.

Sluiten