Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar luid van art. 16, steeds in gereedheid moeten zijn, spreekt het ook hierbij toch niet vanzelf, dat overmacht ook hier het nakomen der ververplichting stuit?

Nog voor korte maanden deed zich precies hetzelfde geval voor.

Ook toen was de groote zaal aan de Kosterij der Nieuwe kerk tijdelijk „in hef ongereede", zoodat noch de Kerkeraad noch eenig ander College er vergaderen kon. De Kerkeraad toog toen stil naar het Oefeningshuis, en noch Dr. Vos noch Ds. Hogerzeil hebben tegen deze rae<-naleving van art. 16 destijds ook maar met een enkel woord geprotesteerd ; maar zijn stil als rustige burgers naar het Oefeningshuis aan de Spuistraat opgekomen.

De stipste naleving van artikel 15 en 16 sluit dus volstrekt de mogelijkheid niet uit, dat heeren Kerkvoogden tijdelijk, tvegens overmacht, zich buiten staat verklaren, om aan de letter van deze artikelen te voldoen.

Nooit zijn deze artikelen anders opgevat: en zoo dikwijls ze aldus wierden opgevat, heeft nooit iemand de juistheid dier opvatting betwist.

Kerkvoogden bleven dus geheel binnen de perken van hunne bevoegdheid, toen ze op 6 Januari aan de onderscheidene Colleges bericht inzonden, dat de lokalen aan de Nieuwe kerk, als tijdelijk in het ongereede zijnde, tot nader bericht niet konden worden gebruikt.

Wat toch was het geval?

De Kerkeraad was plotseling op zij gedrongen. Zonder aan eenig artikel der Reglementen daartoe de bevoegdheid te kunnen ontleenen, was het Classicaal Bestuur hier ingebroken. En zonder eenig protest zich tot gewilligen dienaar van dit Bestuur verlagende, had én Ds. Westhoff daden van geweld gepleegd, én had Ds. \'os aan heeren Kerkvoogden, desnoods met geweld, de uitoefening van hun plichten willen beletten.

Er was dus van te goed vertrouwen ergerlijk misbruik gemaakt.

De gebruiker was ook na de schorsing op 4 en 5 Januari vrij en onverlet toegelaten; maar had het onderstaan zich als bewindvoerder in plaats van den wettigen Beheerder op te werpen.

Door maar al te duidelijke feiten wist men dus, dat deze heeren, wierd hun nog langer het gebruik gegund, eigenmachtig dit gebruik in bezit zouden omzetten.

En nu wil ik toch aan elk eerlijk burger en met name aan elk jurist gevraagd hebben, of een beheerder niet voor idioot en erger zou worden uitgekreten, die. onder zulke omstandigheden, waarbij geheel de veiligheid van zijn Beheer gevaar liep, geen overmacht geconstateerd en niet tijdelijk het gebruik opgezegd had.

Onverwijld' gingen heeren Kerkvoogden hiertoe dan ook over, tevens te kennen gevende, dat een ander lokaal aan de Oude kerk voor

Sluiten