Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8°. Zondag daaraanvolgende heeft het Classicaal Bestuur, nog hangende het definitieve onderzoek, een stuk in de Kerkelijke Courant geplaatst, waarin de geschorste leden publiek schuldig wierden verklaard aan een ongehoord misdrijf, en met name wierd hierin aan Ds. P. van Son c. s. ten laste gelegd: verregaande onrechtzinnigheid!

9°. Maandag daarna heeft altoos hetzelfde Classicaal Bestuur zich aangemeld in het Kiescollege met het onzinnig en zelfs door de Kerkelijke Courant bestreden beweren, alsof het in dit Kiescollege op kon treden, om 80 stemmen in steê van de geschorste leden door Ds. Adriani te laten uitbrengen. Het Provinciaal Kerkbestuur van NoordBrabant, dat reeds voor jaren deze theorie uitdacht en in zijn Provinciaal Reglement schreef, voegde er dan ten minste nog bij, „dat er zooveel leden van het Classicaal Bestuur meê zouden stemmen, als er leden ontbraken, want dat er altoos hoofdelijk moet gestemd." Maar ook hier overheen stappende en alle recht met voeten tredende, heeft het Classicaal Bestuur van Amsterdam goedgevonden eenvoudig willekeur voor wet in steê te stellen en te doen wat het verkoos.

10°. Kort daarna heeft dit zelfde Classicaal Bestuur in strijd met art. 9 Alg. Regl., luidende : .Dispensatie kan alleen gegeven worden van die bepalingen, welke uitdrukkelijk bij de reglementen zijn aangewezen en op de wijze daarbij voorgeschreven", toch bij het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland dispensatie aangevraagd van een artikel, voor het Kiescollege, waarbij deze bevoegdheid niet was aangegeven, en op dien valschen, ongerechtigen grond het Kiescollege verdaagd.

Verdaagd, naar het voorgaf, om den geschorsten nog lankmoediglijk gelegenheid tot inkeer en schuldbelijden te geven, maar een verdaging die het blijft volhouden, ook nu de acte van aanklacht reeds lang is opgezonden naar den Haag.

11°. Inmiddels had ditzelfde Bestuur aan de geschorsten den eisch gesteld: Dat zij het Besluit van dit hooger Bestuur om de laatst tot stand gebrachte wijziging in het Beheersreglement te vernietigen, zouden eerbiedigen

Deze eisch hield in, dat de geschorsten oneerlijk zouden zijn, en voor zes heeren (de Kerkvoogden) zelfs, dat zij hun ambtseed zouden schenden.

Ds. Adriani en Dr. Vos wisten, dat volgens het vigeerend Reglement (waaronder hun eigen naam met belofte van trouw staat) zulk een besluit 1°. nooit mag vernietigd door een hooger Bestuur volgens art. 1 al. twee; en 2°. nooit kan vernietigd dan met goedkeuring van heeren Kerkvoogden, volgens het door hen zeiven indertijd als bezworen artikel 41.

En toch hebben deze heeren zich niet ontzien, om én van de ove-

Sluiten