Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders verluiden dan van bitteren wrevel tegen de Gereformeerden, en van haat tegen hunne woordvoerders.

Yooral op één uit hen wordt met de pijl van aller boog gemikt.

Hij, hij vooral staat in den weg.

Aan hem heeft de Irenische partij haar tijdelijke neerlaag te danken.

o, Kon het Classicaal Bestuur deze verpersoonlijkte verkeerdheid eens „reglementair uit den weg ruimen!"

En waar deze gansch onchristelijke wrevel tegen een medemensch reeds in heel den Irenischen kring als onkruid welig opschoot, was vooral kwaad bloed gezet bij vele predikanten in den Amsterdamschen Kerkeraad, die het maar niet zetten konden, dat een scherpe critiek over hun adviezen ging en nog minder dat ze altoos wierden overstemd.

Het Kerkeraadslid in de Tijd schreef het dan ook o. i. volkomen naar waarheid : Hem te knakken, of, gelijk een der predikanten zich publiekelijk ontvallen liet, „op hem zich te wreken", was de rusteloos prikkelende drijfveer, die op kwalijk verborgen wijze in al dit wild bedrijf heeft gespookt.

Maar natuurlijk, zonder meer zou het Irenisch legerke toch nooit zijn onverhoedschen aanval gewaagd hebben.

De mannen van het Classicaal Bestuur moet men niet verkeerd beoordeelen. Ook al lieten ze zich verschalken door een spel van hun arglistig hart, ze zijn daarom evenmin als Ds. Hogerzeil, willens en wetens tegen hun consciëntie ingegaan. Integendeel, ze achten zich voor hun consciëntie volkomen gedekt. Zelfs begrijp ik het, als enkele dezer heeren verzekeren durven, dat ze vollen vrede hebben bij wat ze ondernamen.

En daarom nu wees ik er op, dat zich voor het verborgen motief van hun wrevel, nog een ander beleden motief schoof, de vrees namelijk, dat ze te staan zouden komen voor de verbreking van het Kerkverband.

De heeren Adriani c.s. hebben zich ingebeeld, dat wij op 4 Januari het verband van de Kerk van Amsterdam met de Synodale Besturen hadden willen opzeggen.

Daarin nu hebben ze zich vergist.

En uit die ééne, kolossale vergissing verklaart zich én hun onstuimige aanval, én, toen ze niets om tegen te vechten vonden, hun vallen van de eene gewelddaad in de andere, ter eereredding, als ik het zoo uit mag drukken, van hun eigen figuur.

Als onze Gouverneur-Generaal in Indië een valsch gerucht opvangt, dat er onder de Batakkers amok zal gemaakt worden; en hij stuurt er een vloot met een expeditie-korps heen; en die vloot en dat korps komen er, en vinden niets, — dan ligt, o, de verleiding zoo voor de hand, om toch eens aan wal te gaan en de patronen af te schieten op een Bataksche benting.

111. 3

Sluiten