Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dankbaar het uur zal zegenen, waarop mijn wederpartijders mij de veriiooring dier stille bede brengen.

Ik heb er geen tijd voor.

De studie der Theologie eischt in toenemende mate mijn kracht, en als de Heere mijn God Ynij nog een tiental jaren levens mocht hebben toebedacht, dan is het al mijn jaloerschheid en zielsinnig begeeren, dat ik eerst mijn Encyclopaeclie, daarna mijn Dogmatiek moge uitgeven, en dat ik mijn levensarbeid besluiten moge met de uitlegging van een boek uit het Woord.

Hooger en verder gaan mijn aspiratiën niet.

Persoonlijk ben ik van het politieke tooneel voorgoed afgetreden, en o. ik verheug er mij zoo van heeler harte in, dat ik aan het Kamerleven ontkwam.

Voorts wat ik op politiek terrein met de pen voorsta, weet men.

Zplf schreef ik het Program.

Zelf heb ik dat Program toegelicht.

Eigenlijk schier niemand onder mijn landgenooten heeft zoo op alle wijze verteld, wat hij beoogde, als ik.

En is er nu iemand, die na kennisneming van wat ik schreef, toch van oordeel mocht zijn, dat het ooit in mijn doel of plan had gelegen, om, in welk opzicht ook, het gelijke recht van al mijn medeburgers te schenden, nu met dien geef ik het praten op.

Juist strijden tegen onrecht en rechtsongelijkheid is nu deze twintig jaren mijn onveranderlijke leuze geweest, en onder geen andere dan die oude leuze trok ik ook nu tegen de „ Vredelievenden" in de hoogere Besturen op.

XI.

HET MISDRIJF.

Toch dient het ,misdrijf" dat men thans kerkrechtelijk vervolgt, nog ietwat scherper onderzocht.

Dat ,misdrijf', zegt het Classicaal Bestuur in zijne advertentie van 10 Januari jl., „is niet met enkele woorden te omschrijven".

Dat wil ik wel gelooven.

Een wezenlijk, heuschig, echt ,misdrijf" wordt altoos in enkele, scherpe, korte bewoordingen gequalificeerd. Het is moord, diefstal, hoon, laster, samenspanning, aanslag, enz. Maar altoos in de Strafwet zelve duidelijk omschreven, en daarom met de eigen bewoordingen der Stratwet kort en zakelijk aan te duiden.

Sluiten